Met Inspiratie heb je tijd voor ...

Anton de Wit – Een heilig falen

Redactie Door Redactie op 30 juli 2017
Foto: Annemijcke Photography

‘Wat heb ik toch fout gedaan?’, zal menig ouder verzuchten als zijn of haar kind zich onuitstaanbaar gedraagt. Anton de Wit heeft een geruststellende boodschap voor alle falende vaders (en moeders).

Papadag. Het woord geeft me de kriebels. Maar verder heb ik er in theorie niets op tegen. Wel heb ik moeite met de praktijk, moet ik bekennen. Mijn papadag is op vrijdag. Daar hebben mijn vrouw en ik bewust voor gekozen omdat wij katholieken elke vrijdag een heel klein beetje stilstaan bij het lijden en sterven van Christus – al is het maar door een zwik vissticks in de koekenpan te kletteren. Mijn eigen kleine vrijdagse kruisweg is de papadag zelf.

Diepvriespizza
Om het contrast te schetsen. Als mijn vrouw haar ‘mamadag’ heeft (dat woord gebruiken mama’s dan weer nooit!), kom ik thuis in een volmaakt opgeruimd huis. De was is gestreken en gevouwen, een pan met geurig stoofvlees pruttelt vredig op het vuur, de kinderen zijn uit zichzelf doende met vooruitwerken op hun huiswerk of Mozart oefenen op hun viool – op half volume om de buren niet te storen.
Als ik mijn papadag heb, breekt de hel echter los. De kinderen rennen schreeuwend door het huis, boksen nauwgezet het titelgevecht tussen Joshua en Klitsjko na, de tv staat op vol volume terwijl de afstandsbediening nergens te vinden is, en ik probeer me een weg te banen door de speelgoedpuinhopen om te verhinderen dat de jongste met een aardappelschilmesje hartjes tekent op onze dvd-collectie. Als mijn vrouw ’s avonds thuiskomt en het slagveld overziet, troost ik haar met een in allerijl opgewarmde diepvriespizza.
Natuurlijk overdrijf ik het enigszins (het betrof geen aardappelschilmesje, maar een nagelvijl), maar het punt is dit. Ik schiet nogal tekort in mijn vaderschap. Op zich vanzelfsprekend, niemand is perfect, en ik heb mijn eigen falen in al mijn eerdere stukken ook niet pogen te verbloemen. Toch ontmoet ik nogal eens mensen die op basis van deze stukjes (en de prachtige en grappige foto’s die erbij staan) in de veronderstelling verkeren dat ik een leuke en goede vader ben.

Maakbaar kind
Dat ben ik niet. Nee, echt niet. Ik ben verre van voorbeeldig, lijk in de verste verte niet op de vastberaden Jozef, en ook niet op mijn zachtmoedig zwijgende grootvader. Ik debiteer hier allerlei geestige wijsheden over het vaderschap, maar als vader ben ik zelden geestig, en al helemaal niet wijs. De titel ‘dwaze vader’ is geen ironische geuzennaam, het is bittere ernst.
Ik zeg dit niet om te zwelgen in zelfbeklag, of te dwepen met mijn onvolmaaktheid – ik weet dat dat gebruik is geworden bij een hele trits (meestal vrouwelijke) schrijvers, de zogenoemde ‘loedermoeders’ die koketteren met hun eigen opvoedkundige klunzigheid. Nee, ik zeg dit omdat het tegendeel ook onverminderd tussen onze oren zit. Dat is het onhebbelijke idee van het maakbare kind, als een blok klei dat door de liefdevolle handen van de ouder wordt gevormd tot een volmaakt standbeeldje. Het halfbewuste idee dat de ouder daarom perfect moet zijn – want een onvaste hand zorgt voor een mislukt kleiwerkje dat barst in de oven (ik kan ervan getuigen; dat gebeurde mij altijd vroeger op school). De meesten van ons zullen er heus genuanceerder over denken, maar ontkom maar eens aan dit idee. Als je kind ergens vastloopt in z’n leven, op school of sociaal, psychisch, zelfs qua gezondheid, dan is het moeilijk om niet te denken: Wat heb ik fout gedaan als ouder? Ben ik niet – vul maar in – stimulerend, streng, opmerkzaam genoeg geweest?

Zelfvergoddelijking
Toch getuigt die gedachte in wezen van onbescheidenheid, van zelfvergoddelijking zelfs. De gedachte ‘als mijn kind iets fout doet, zal ik wel iets fout hebben gedaan als ouder’ is even arrogant als de gedachte ‘als mijn kind het goed doet, komt dat vast door mijn goede zorgen’. In werkelijkheid blijkt het vaak andersom: onze kinderen doen foute dingen ondanks onze goede zorgen, en doen het goed ondanks onze fouten.
Dat raadsel inzien, erdoor verbaasd en gefrustreerd raken, is het begin van een religieus besef. De realiteit van de zonde, maar ook van de vergeving daarvan, de goddelijke genade, klinkt erin door. Het draait niet om mij, niet om wat ik goed doe, noch om wat ik fout doe. Er is Iemand anders, die onze hoogmoed breekt en ons falen heiligt. Dat ontslaat mij niet van de plicht mijn best te doen, maar het mag me wel geruststellen.

Goed nieuws. Ondanks mijn tekorten is ook mijn papadag toch echt een goede vrijdag.


Anton de Wit is schrijver, publicist, hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, maar bovenal vader van vier prachtige kinderen. In een vaste rubriek in Inspiratie vertelt hij over zijn, zoals hij het zelf noemt, dwaze vaderschap. Nieuwsgierig? Vraag dan hier een proefabonnement aan!