Christine: Kampevaluatie
Daniël was afgelopen week naar het zomerkamp van Emmanuel. Zijn eerste keer. Mijn eerste keer. Ik moest er erg aan wennen mijn zoon zolang ‘weg te doen’ en ben van ’s ochtends vroeg, tot het moment dat ik hem daar achterliet bezig geweest met instrueren en uitleggen. Praktische dingen over haren kammen en tafelmanieren, maar ook inhoudelijke punten. Zo kwamen we ook op het onderwerp ‘Biechten’. Daniël had nog nooit gebiecht en ik wist dat dit op het kamp ter sprake zou komen dus ik wilde hem daar vast wat over vertellen.‘Maar. Dat doe ik dus écht niet bij iemand die ik ken hè!’, riep hij meteen. ‘Ik schaam me dood zeg!’
Grappig. We denken daar blijkbaar precies hetzelfde over. Ik vind het ook altijd een grote stap naar een bekende te gaan om mijn zonden op te biechten. Ik kan er niets aan doen. Maar ik heb altijd het gevoel dat degene in kwestie het zich voor altijd zal herinneren. Dat hij vanaf dan mijn zonden ziet staan en niet ‘gewoon’ mij.
Toen de leiding van het kamp aan ons werd voorgesteld, hoorden we wie de kamppastoor was. Een bekende. Daniël draaide zich direct naar mij om: ‘Mam, ik ga het dus echt niet doen hè!’ Ik gaf hem een aai over zijn bol en zei dat hij het rustig moest afwachten.
Toen we Daniël vijf dagen later ophaalden van het kamp, kwam hij op ons afgerend. ‘Mam! Ik heb gebiecht!’ Bij een bekende. Een hele oude bekende, die hem zelfs gedoopt heeft. ‘En hoe was het nou?’
‘Het voelde geweldig, mam!’
Christine Bökkerink