Jongens presteren slecht in voortgezet onderwijs

Ze kunnen niet stilzitten, zijn onverantwoordelijk en houden van een potje vechten. Wanneer ze in de klas een opdracht krijgen, zijn ze snel afgeleid en praten over dat nieuwe Nintendo Wii spel. Jongens: flierefluitend gaan ze door het leven. De media berichten dat ze slecht presteren in het voortgezet onderwijs. Jongens blijven gemiddeld vaker zitten dan meisjes en de schooluitval is hoog. ‘Drama in het onderwijs: vwo raakt te veel jongens kwijt’, kopte een landelijk dagblad al in 2008. Andere kranten en tijdschriften waren niet veel positiever. Moeten we ons zorgen maken of wordt de kwestie opgeklopt?

De maatschappelijke discussie over dit verschijnsel heeft veel weg van een welles-nietesspelletje. Mogelijke redenen waarom de jongens onderpresteren in het onderwijs, vliegen over en weer. De onderwijsvernieuwingen van de Tweede Fase veroorzaken het probleem, beweert Suzanne Dannenburg in bovengenoemd NRC-artikel. Op basis van CBS-cijfers berekende de lerares wiskunde dat het percentage jongens dat een vwo-diploma haalde sinds 1995 is gedaald. ‘De achterstand van jongens op het vwo is nu even groot als de achterstand van meisjes dertig jaar geleden.’ De Tweede Fase die in 1998 werd ingevoerd, richt zich meer op zelfstandigheid en samenwerken. En daar zijn meisjes gemiddeld beter in dan jongens. Vandaag de dag is de docent eerder een coach die de leerlingen helpt met het plannen van huiswerk.

Feminisering

Een andere visie is dat de feminisering van het onderwijs de reden is voor het ‘jongensprobleem’. Dit houdt in dat steeds meer vrouwen dan mannen in het onderwijs werken. Hierdoor missen jongens mannelijke rolmodellen wat de prestaties, de houding en het gedrag negatief zou beïnvloeden. Gedragsdeskundige Lauk Woltring zet zich in voor de emancipatie van jongens. In een uitzending van Netwerk (oktober 2009) vertelt hij dat het onderwijs een wat ‘vrouwelijker format’ heeft gekregen. In de klas ligt de nadruk op precies en zorgvuldig werken en niet te veel onrust veroorzaken. Jongens leren juist beter als ze regelmatig wat beweging krijgen. Woltring ziet een vast patroon in het onderwijs: jongens spijbelen meer, gaan eerder van school af, worden verwijderd wegens gedragsproblemen enzovoorts. Hij concludeert dat jongens zich niet meer thuisvoelen in het onderwijs.

Peter Cuyvers, pedagoog en onafhankelijk adviseur voor jeugd- en gezinszaken, vindt dat er geen drama moet worden gemaakt van onderpresterende jongens in het voortgezet onderwijs. ‘Dat is onzin.’ Hij ergert zich aan de stelligheid waarmee mensen in de media uiteenlopende oorzaken noemen. ‘Pure speculatie, het zijn allemaal hypotheses die mensen nauwelijks kunnen bewijzen. De wetenschap is juist terughoudend met het trekken van conclusies. Het onderwijssysteem bestaat uit tachtig verschillende onderdelen. Het is dus te kort door de bocht om de oorzaak bij één factor te leggen, maar een aantal factoren bij elkaar kunnen wel dezelfde richting opwerken.’

‘De kern van het probleem is dat we op een verkeerde manier naar het onderwijssysteem kijken’, aldus Cuyvers. Het doel van het onderwijs is niet gelijkheid maar selectie. In feite gaat de maatschappij nog steeds uit van het gelijkheidsdenken, en daarom vinden mensen het erg dat er verschillen tussen mannen en vrouwen zijn. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen mannen en vrouwen en dat is geen drama. Vijftien jaar geleden zou ik vanwege zo’n uitspraak ontslagen zijn, maar gelukkig is het taboe doorbroken.’ Hoe zit het dan met het feit dat er 3.000 meer meisjes dan jongens hun vwo-diploma halen? Volgens de pedagoog gaat het slechts om een klein verschil.

Volgens Cuyvers is de uitval van jongens in het onderwijs altijd al een gegeven geweest. Deze hoge uitval staat los van de meisjes die beter zijn gaan presteren. De uitval is voornamelijk een probleem op de laagste niveaus van het middelbaar onderwijs. In 1999 is het vmbo in plaats gekomen van de mavo en het vbo. Door deze verandering werd het onderwijs abstracter. Praktijkvakken verdwenen en in plaats daarvan kwamen meer theorievakken. De overheid stelde een bepaalde basisnorm waar een duidelijke theoretische factor in zit. Een norm die iedereen zou moeten halen, maar veel kinderen halen de norm niet.

Toch is Cuyvers absoluut niet somber over het onderwijs. ‘De huidige generatie is weer hoger opgeleid dan de vorige generatie en het niveau van het Westers onderwijs blijft stijgen. Een jongen van tegenwoordig weet veel meer over relaties en emoties dan de huidige generatie volwassen mannen. In het verleden was er sprake van een bijna autistische vorm van onderwijs die helemaal was afgestemd op jongens. Met het oog op de toekomst heeft de overheid toen bewust besloten meer nadruk te leggen op samenwerken en communicatie. Meisjes hebben een terechte inhaalslag gemaakt en doen het hartstikke goed. Nu is het systeem weer iets te veel doorgeslagen naar de andere kant.’

Wat is volgens hem de oplossing voor jongens die slecht presteren? ‘Er moet meer ruimte voor verschillen komen en als er verschillen zijn moet de overheid die niet meteen proberen dicht te timmeren. Mijn zoon heeft bijvoorbeeld een jaartje langer gekleuterd. Ik als pedagoog weet dat dat verder niets uitmaakt, tegenwoordig ben je ten opzichte van het systeem een jaar vertraagd en dat mag niet. Het systeem legt criteria op en zodra de kinderen daar niet aan voldoen, is dat een probleem!’

Stapelen

Volgens Cuyvers zit het probleem dus bij de laatste niveaus in tegenstelling tot wat Suzanne Dannenburg berekende voor uitval op het vwo. Het kan ook zijn dat beide conclusies verband met elkaar houden. In het huidige schoolsysteem is doorstromen en stapelen in het onderwijs namelijk lastiger geworden. Dit komt door bezuinigingen van de overheid. Tegenwoordig moet je al voor het bereiken van een bepaalde leeftijd je diploma’s hebben. Veel jongens zijn laatbloeiers en hebben meer tijd nodig om uit te zoeken wat ze echt willen en ondervinden hier hinder van. In het oude schoolsysteem doorliepen zij vaak het mavo-havo-vwo traject, maar dat wordt nu ontmoedigd. Daardoor stromen minder jongens vanuit het havo door naar het vwo. Wanneer je bijvoorbeeld dreigt te blijven zitten, adviseert de school eerder een niveau af te zakken, want dan heb je eerder een diploma.

Ervaringsdeskundige

Bisschop Jozef Punt van Haarlem-Amsterdam zou je een ervaringsdeskundige kunnen noemen. Hij roept op jongens meer tijd te gunnen om te komen waar ze willen zijn. Hij was zelf een laatbloeier schrijft hij in het bisdomblad ‘Samen Kerk’ van november 2009. In een column benoemt hij zijn zorg over het huidige schoolsysteem. Op de middelbare school bleef hij na uitstekende cijfers in het eerste jaar vervolgens twee keer zitten en behaalde met veel tegenzin matige resultaten. Uiteindelijk rondde hij twee academische studies af en promoveerde summa cum laude. Als zijn ouders én de school geen geduld en geloof in zijn kunnen hadden gehouden, was hij nooit zo ver gekomen, schrijft de bisschop.

Ook in het huidige systeem was hij waarschijnlijk afgezakt naar een lager niveau en had hij nooit zijn huidige opleidingsniveau bereikt. Bisschop Punt pleit ervoor dat jongeren makkelijker kunnen ‘switchen’ tussen schooltypes en kansen krijgen de ‘draad  weer op te kunnen nemen’. Bovendien schrijft hij: ‘Het onderwijssysteem moet tegemoetkomen aan de eigenheid van jongens en meisjes. Ze hebben het recht  naar hun eigen aard en wezen opgevoed en opgeleid te worden. gelijkwaardigheid en eigenheid staan naast elkaar.’

Het hele artikel van de bisschop is te lezen op www.katholiekgezin,nl. onder de titel ‘Scholen doen jongens te kort’.

Door Esther Raaijmakers



Reacties

er zijn nog geen reacties

Reageren

Naam:

Bericht:


Code:

Poll
Verslaafden en hun gezinnen zijn bij het pastoraat van de Kerk toch echt aan het verkeerde adres.
Klopt, deze problematiek gaat kunde en kennis van priesters en andere pastorale hulpverleners ver te boven.
Professionals (op het gebied van verslaving) en pastoraat moeten samenwerken op dit terrein.
Er zijn veel getuigenissen van ex-verslaafden die dankzij het geloof hun verslaving overwonnen, daar moet het pastoraat op inspringen.
De Kerk zou zich in ieder geval moeten ontfermen over de gezinnen van de verslaafde hulpvragers.


16 stemmen
Bekijk resultaten   |   archief
Twitter
volg ons nu ook op twitter

@InspiratieMag