Leven en dood
Elčne heeft de afgelopen weken het idee dat ze begrijpt wat ‘dood-zijn’ is. Volgens haar ben je dood als je niet meer beweegt. Er zit uiteraard een kern van waarheid in, maar toch slaat ze de plank nog wel eens mis. Zo was mijn man in de kerk aan het bidden. Hij zat heel stil op zijn knieën naar voren gebogen. Elčne sloeg meteen alarm.‘Mam! Papa is dood!’ Ik keek snel om en stelde haar gerust. Maar zij geloofde er niets van. ‘Oh nee. Papa moet bij Jezus komen. In de hemel’, zei ze met verdrietige stem. Op dat moment keek hij toevallig op. ‘O nee!’, riep ze blij uit! ‘Papa leeft! Hij beweegt! Nu is hij niet meer dood, hè mam.’
Nee gelukkig maar, Elène. Maar ik weet ook niet zeker of hij eerst wel echt dood was. Volgens mij zat hij gewoon heel stil. Als je dood bent, ga je naar de hemel en dan kom je niet meer terug.’ Daar moest ze duidelijk even over na denken.
‘Maar Jezus was ook dood. Toen was Hij even in de hemel en toen kwam Hij weer terug .’ (ik had haar dit toevallig net uitgelegd.) ‘Dat klopt helemaal, schat. Maar het is allemaal best lastig hè.’
‘Nee hoor. Hij is net als papa. Eerst dood en daarna leven ze weer! Papa is gewoon een soort Jezus.’ Ik moest lachen. ‘Zou dat even mooi zijn.’
Ze stond op en rende naar haar vader toe. Verheugd dat hij nog leefde en trots dat haar papa een soort Jezus is.
Christine.