23 jaar en een stralende bruid van Christus

Susan Bolwerk is pas 23 en toch al vier jaar bij de Blauwe Zusters. Haar roeping heeft ze te danken aan een jonge pastoor, die haar met de boude opmerking ‘Jij wordt zuster’ heel boos maakte. Pastorale communicatie kan soms bijzonder confronterend zijn…

“Na mijn vormsel zei mijn moeder me: ‘Nu hoef je niet meer naar de kerk te gaan’, wat voor mij een hele opluchting was. Mijn enige contact daarna was met de nieuwe pastoor die ik nog kende van voor zijn wijding. Uit beleefdheid ben ik naar zijn eerste H.Mis gegaan, waar hij me vroeg of ik de jongerengroep wilde doen. Ik stemde in, maar de groep is niet groter geworden dan de pastoor, de pastoraal werker en ikzelf. Toen hij me zei: ‘Jij wordt zuster’, heb ik mijn catecheseboek in zijn handen geduwd en ben boos weggelopen.”

Toch bleef die uitspraak knagen. “Ik was veertien en de enige zuster die ik kende was Maria uit de film The Sound of Music. Drie jaar later ben ik meegegaan naar de Wereldjongerendagen in Keulen. De evangelielezing tijdens de Eucharistieviering met de paus ging over mensen die zich onhuwbaar hadden gemaakt omwille van het rijk der hemelen. De lezing eindigde met de woorden ‘Hij die het bevatten kan, bevatte het’. En ik begreep het. Bij de vredeswens heb ik onder tranen tegen mijn vriendin gezegd: ‘Ik word zuster.’”

Intreden

Vervolgens begon  Susan aan haar zoektocht. “Ik heb in Nederland actieve congregaties bezocht en contemplatieve. Soms was het er mooi en goed, maar had ik niet het gevoel dat God me daar wilde hebben. Tot ik een dvd zag van Lopend Vuur, de aflevering over Moeder Anima Christi. Dát sprak me aan, reden om op bezoek te gaan bij het klooster in Brunssum. Later ben ik ook nog in Heiloo geweest en heb ik daar een gesprek gehad met Moeder Anima.”

Toch liep het daarna niet allemaal even vlot: na het gymnasium ging Susan theologie studeren in Leuven. “Een vlucht”, zegt ze daar nu over. “Maar je kunt niet blijven vluchten voor God. Na een half jaar moest ik beslissen of ik door zou gaan of naar de ‘Blauwe Zusters’ zoals de Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matará in de volksmond heten. Ik moest toen beslissen, want als je minder dan een half jaar studeerde hoefde je je studiebeurs niet terug te betalen…”

Leuven werd toen toch Artena, een van de drie noviciaten van de Blauwe Zusters, zo’n veertig kilometer ten zuiden van Rome. Na een half jaar noviciaat – in het Engels en Italiaans – kwam Susan naar Brunssum voor de inkleding en kreeg ze haar kloosternaam ‘Maria Foederis Arca’, Latijn voor ‘Maria, Ark van het Verbond’.

Gods hulp

Na een jaar noviciaat volgen normaal gesproken drie jaar junioraat, maar de congregatie groeit zo enorm dat de meesten die tijd niet volmaken: ze gaan al eerder naar een van de 135 vestigingen (‘missies’) of naar een nieuw missieproject. “We zijn nu met een duizendtal zusters, van wie ongeveer tien procent novicen, en dus groeien we jaarlijks met een honderdtal. En dat is maar net genoeg om de nieuwe vestigingen bij te houden.”

Zuster (Susan) Foederis zelf werd na twee jaar junioraat gevraagd als assistent van de novicemeesteres, met als taken financiën, studieplanning en apostolaat. Deze maand was ze in Nederland om fondsen te werven. Is dat niet wat snel? “Vaak denk ik: ‘Help, Heer, dit kan ik niet.’ En dat zegt Hij me. ‘Inderdaad, jij kunt het niet, maar Ik zal het je mogelijk maken.’” Zo gaat het ook met de financiën, want alle projecten en de duizend zusters zijn afhankelijk van giften. “Iedere missie moet voor de eigen inkomsten zorgen. Als dat even niet lukt, dan kunnen ze een tijdelijke lening krijgen, die ze moeten terugbetalen. Wij hebben als noviciaat vorig jaar zo’n lening gekregen, toen we het gas om te koken niet meer konden betalen... Giften komen veelal van familie en vrienden van de zusters, andere bijdragen komen vooral uit de VS en Nederland. In ons land hebben we goede gevers en ook een paar instellingen die ons steunen, maar die dekken niet alle kosten. In Italië krijgen we veel in natura. Zo hebben we de afgelopen winter vijf weken lang twee keer per dag tuinbonen gegeten.” Foederis schatert.

Kruis en vreugde

Wat is toch de aantrekkingskracht van deze jonge congregatie, dat er al negen Nederlandse jonge vrouwen intraden, en dat nummer tien in september start na de Wereldjongerendagen in Madrid? Foederis: “Jongeren in het Westen hebben alle luxe en gemakken. Wat de congregatie hun biedt is de vreugde van het Kruis. Niet dat lijden leuk is, maar als je jouw kruis beleeft met Christus, kan dat kruis tot redding worden voor jou en voor anderen. En dat geeft een diepe vreugde. Het is die vreugde die anderen opvalt als ze met ons in aanraking komen. Nee, dat is geen nep. Ons leven is natuurlijk geen paradijs, maar door onze vorming hebben we geleerd om te gaan met groot en klein lijden. Dat is ons fundament als we moeilijkheden tegenkomen. Bijvoorbeeld als een medezuster jou irriteert met haar gesnurk. Dan kijk je naar Jezus op het kruis en zie je dat Hij veel meer geleden heeft dan jij en dat niet die zuster het probleem is, maar jijzelf.”

Ons geluk

Maakt het celibaat het voor haar gemakkelijker zo te leven? “Het celibaat is niet noodzakelijk voor pastoraal werk; het is de logische consequentie van mijn roeping: ik ben als religieuze een bruid van Christus. Dat is niet beter of minder dan gehuwd zijn. Ieder heeft zijn eigen roeping. Celibatair leven is goed voor mij. Maar iemand die daar niet toe geroepen is, zal er ongelukkig door worden. God die ons geschapen heeft, kent ons, Hij weet hoe we in elkaar zitten en weet het beste wat goed voor ons is, wat ons gelukkig maakt.”

Welke zuster je ook spreekt, allen dragen de Nederlandse Moeder Anima Christi, die sinds 1998 de congregatie leidt, op handen. “Zij draagt ons op handen”, reageert Foederis. “Zij geeft leiding zoals Jezus dat van zijn leerlingen vroeg: door dienstbaar te zijn. Zij staat altijd voor iedereen klaar. God eerst, dan de anderen en dan pas zijzelf. Ik heb haar aangegeven wat ik in de toekomst zou willen doen, het is aan haar om te beslissen. In al onze missies heb je een tabernakel, een kruis en Moeder Maria. Dat is voor mij voldoende.”

Voor meer informatie: 045- 525.20.75; www.servidoras.org; iuxtacrucem@servidoras.org

De Blauwe Zusters

De religieuze familie van ‘Het Mensgeworden Woord’ is in Argentinië gesticht door pater Carlos Miguel Buela en bestaat uit een religieus instituut voor priesters, een voor vrouwelijke religieuzen en een ‘derde orde’ voor leken. De congregatie voor vrouwelijke religieuzen, de Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matará, is gesticht in 1988 en kent een apostolische en een contemplatieve tak. De naam ‘Dienaressen’ verwijst naar de vrouwen onder het kruis, onder wie de moeder van Jezus. Matará is een Argentijnse bedevaartplaats, bekend om zijn wonderbaarlijk kruis, zoals de zusters om de hals dragen. De congregatie is gevestigd op alle continenten. In Nederland zijn er vier ‘missies’: slotklooster Ecce Homo in Valkenburg, O.-L.-V. Sterre der Zee in Brunssum, H. Adolfina in Heiloo en H. Lidwina van Schiedam in Den Haag.

Door: Ed Arons


Poll
Verslaafden en hun gezinnen zijn bij het pastoraat van de Kerk toch echt aan het verkeerde adres.
Klopt, deze problematiek gaat kunde en kennis van priesters en andere pastorale hulpverleners ver te boven.
Professionals (op het gebied van verslaving) en pastoraat moeten samenwerken op dit terrein.
Er zijn veel getuigenissen van ex-verslaafden die dankzij het geloof hun verslaving overwonnen, daar moet het pastoraat op inspringen.
De Kerk zou zich in ieder geval moeten ontfermen over de gezinnen van de verslaafde hulpvragers.


16 stemmen
Bekijk resultaten   |   archief
Twitter
volg ons nu ook op twitter

@InspiratieMag