Christine: nagelbijtend op de bank
We zijn een nieuw hoofdstuk begonnen. De tijd van wonen in een ‘getto’ zit erop en we hebben ons ergens anders gevestigd. Een nieuw huis. Een nieuw leven. Het brengt veel veranderingen met zich mee en iedereen moet even wennen. De kinderen aan de regels over het eten op de kamers en het speelgoed in de woonkamer. Papa aan de kleren die ineens altijd schoon in zijn kast liggen en ik moet wennen aan de straat.Er niets mis met de straat maar het levert toch zo zijn problemen op. In het getto was het duidelijk: in verband met de veiligheid werd er niet op straat of op de pleintjes gespeeld.
Hier is het anders. Een groot deel van Daniëls klasgenoten woont in de straat en er gelden andere regels. De kinderen mogen altijd bij elkaar binnenvallen en elkaar ophalen om te gaan vissen, boodschappen te doen of op het schoolplein te spelen. Ze steken zelf over, bellen zelf aan en als het de afgesproken tijd is, zeggen ze vriendelijk ´doei´ tegen de ouders en vertrekken ze weer huiswaarts. Kijk, dat ben ik dus helemaal niet gewend.
Want wat is nu normaal? Wat kan wel, en wat kan niet? Zijn die achtjarige snotneuzen echt wel groot en oud genoeg voor zoveel zelfstandigheid in de grote mensenwereld? Overzien zij wel alle gevaren?
‘Je moet gewoon vertrouwen hebben,’ werd mij gezegd. Een gevoelige geloofssnaar wordt geraakt. Want waar eindigt nou de ouderlijke bescherming en begint het overlaten aan God en het vertrouwen dat Hij mijn zoon verder beschermt? Ik zit nagelbijtend op de bank totdat hij thuis is.
Is dat overdreven? En zegt dat iets over mijn geloof? Ik weet het niet.
Christine