Manu Keirse, autoriteit rouwverwerking: ‘Verdriet is normaal gedrag als mensen van elkaar houden’
Rouwenden helpen: hoe doe je dat? ‘Met geduld, veel liefde en warmte, en een luisterend oor’, zegt Manu Keirse. Op het vlak van rouwverwerking is hij een autoriteit. Hij is klinisch psycholoog (Katholieke Universiteit Leuven), doctor in de geneeskunde (Rijks Universiteit Leiden) en deeltijds hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de K.U. Leuven. Zijn lezingen trekken volle zalen in België en Nederland en zijn boeken over omgaan met verlies zijn bestsellers. Door: Katleen Van Landschoot
Het recente boek ‘Aan weerszijden van de stethoscoop’, dat Manu Keirse met Jan De Lepeleire redigeerde, gaat over kwaliteit van zorg en communicatie. Hij schrijft: ‘Adequaat luisteren naar signalen van de betrokkene, de stilte respecteren en aanwezig blijven in de stilte, helpen meer dan woorden. Het afwerken van een vooraf voorbereide rol, doorpraten als de betrokkene iets wil zeggen, het gebruik van vakjargon of van uitgebreide informatie zijn niet efficiënt. (…) Hoe goed men het ook bedoelt, vaak beseft men niet wat het effect is van de gebrekkige communicatie.’
Goede communicatie en respect zijn bij rouwverwerking cruciaal, zegt hij. ‘Verlies is een intense, persoonlijke ervaring. Geen twee mensen rouwen op precies dezelfde wijze. Het verlies van de partner is niet hetzelfde als het verlies van een van de ouders voor de kinderen. Zelfs voor verschillende kinderen is het sterven van een ouder niet dezelfde ervaring. Elk kind heeft er zijn of haar vader of moeder van gemaakt.’
Een vingerafdruk
‘Zoals de titel van mijn geschenkboekje aangeeft: verdriet is als een vingerafdruk. Het is herkenbaar voor iedereen, maar toch nooit voor twee mensen precies hetzelfde. Ook in een gezin is dat zo. Als je kind sterft, slaat een bom een heel diepe krater in je leven. De ouders staan vaak aan weerszijden van de krater. Om die te overbruggen zijn andere mensen met veel warmte en geduld nodig. Zo kunnen man en vrouw elkaar terugvinden.
Er gaan huwelijken kapot omdat koppels van elkaar verwijderd geraken. Omdat ze niet bij elkaar terechtkunnen, belanden ze soms in de armen van iemand anders. Buitenstaanders kunnen beter luisteren naar verdriet omdat die niet hetzelfde meemaken. Over je pijn praten helpt, maar doe het niet met om het even wie. Doe het met mensen die beschikbaar zijn, warmte en genegenheid bieden maar die ook hun plaats kennen en ervoor zorgen dat het koppel weer bij elkaar kan komen met het verdriet. Het is ongehoord om zo’n koppel uit elkaar te halen, en als een professional dat doet is dat zelfs misdadig. Het is een zware beroepsfout.’
Normaal gedrag
Rouwtherapeuten, psychiaters en psychologen kunnen dat luisterend oor bieden, maar professionele hulp is geen must, vindt Manu Keirse. ‘Verdriet is normaal gedrag van evenwichtige mensen die in staat zijn van elkaar te houden. Als je van iemand houdt, voel je verdriet als die band doorbroken wordt. Dat is normaal. Therapie hoeft dan niet. Maar sommige mensen hebben begeleiding nodig van iemand die echt die pijn kan verdragen en kan blijven luisteren. Mensen moeten de kans krijgen te wenen.
Een vrouw beschreef het heel mooi: ‘Ik had voortdurend nood aan welwillende luisteraars toen mijn kind was gestorven. Mijn man kwam niet in aanmerking. Ik kon hem niets vertellen wat hij niet ook had meegemaakt. Bovendien had ik behoefte aan woorden van troost, maar mijn man kon me niet troosten omdat hij zelf te veel verdriet had. En ten derde had ik het gevoel dat mijn pijn hem nog meer pijn deed.”
Het verdriet van de ander helpen dragen kan te zwaar zijn. Ook voor kinderen. Het gebeurt dat kinderen het huis uit vluchten, zich afsluiten voor het verdriet en het pas toelaten heel veel later als het terug veilig is in het gezin. In ieder geval: forceer nooit iets. De dood is al dwingend genoeg.’
Terug naar het werk
Ook een collega die te maken krijgt met verlies en verdriet, kan je helpen. ‘Maak afspraken om ervoor te zorgen dat de collega niet alleen moet terugkomen op het werk die eerste dag na het verlies. Een vrouw vertelde me dat ze zes weken nadat haar veertienjarige zoon was gestorven terug ging werken. Ze is een uur en een kwartier in haar auto op de parking blijven zitten. “Ik kon niet uitstappen. Het was alsof mijn benen afgezaagd waren boven mijn knieën”, zei ze. Niemand wist dat ze daar zat. Haar collega’s hadden al naar haar thuis gebeld om te vragen waar ze bleef. Ze is terug naar huis gereden en heeft gebeld dat ze het niet kon. Begrijpelijk. Mensen opnieuw onder ogen komen met je verdriet kan heel moeilijk zijn omdat je niet weet hoe die anderen daarop zullen reageren. De situatie is al anders als er iemand samen met jou binnenkomt.
Een vrouw wiens man doodgereden is in het verkeer was heel boos op het verkeer, de politie, snelrijders… Ze bleef zes maanden thuis van haar werk en op de eerste dat dag ze terug ging werken reed ze een bejaarde vrouw dood op het zebrapad. Ze was met haar gedachten niet bij het verkeer. “In mijn hoofd speelde dat ik de eerste keer ging werken zonder man. Ik heb die vrouw gewoon niet gezien”, zei ze.
Een ander voorbeeld. Een meisje vertelde dat ze terug naar school ging nadat haar beide ouders waren verongelukt. “Toen ik de schooldeur opendeed verstomde iedereen op het binnenplein. Iedereen keek me aan, wist wat er gebeurd was en kende mij. Maar ik kende velen niet en blokkeerde. Een lerares kwam naar mij, legde een arm rond mijn schouder en zo lukte het wel. Ik weet niet hoe ik anders in het leslokaal was geraakt”.
Op school
De school is belangrijk als het gaat om rouwverwerking, zegt Manu Keirse: ‘Sommige scholen hebben een speciale leerkracht of een leerlingenbegeleider. Maar het verdriet komt ook boven in andere lessen, bij andere leerkrachten. Zo hoorde ik van een kind dat zijn papa – een burgerlijk ingenieur – had verloren dat zijn verdriet altijd bovenkwam in de wiskundeles. Een meisje kreeg het moeilijk toen het in de les ging over Italië omdat haar mama daar graag naar toe reisde. Leraren vragen zich dikwijls af wat ze voor die kinderen kunnen doen. Het antwoord: de tijd nemen om te luisteren.
Een jongen zei dat zijn vader was gestorven voor hij aan het middelbaar onderwijs begon. Hij wist niet hoe hij de zes jaar middelbare school door moest zonder vader. Hij heeft het gered dankzij één leraar Latijn die hem af en toe tien minuten apart nam in de bibliotheek om naar hem te luisteren. Hij had het altijd in de gaten als de jongen het even moeilijk had. Ik vroeg hem hoe dikwijls hij dat had gedaan. “Heel dikwijls”, zei hij. “Zeker wel negen keer”. Negen keer tien minuten op zes jaar tijd: dat gaf die jongen het gevoel dat er iemand met hem begaan was. Erkenning geven aan mensen – dat verdriet mag – is erg belangrijk.
Vergeet de vraag: “Wat moet ik zeggen?” Maar stel je de vraag: “Wat zouden die mensen vanuit hun verdriet aan mij te zeggen hebben?” Ga niet om zelf te spreken, maar om te luisteren. Daar hebben mensen die rouwen om de dood van een geliefde vaak het meeste nood aan.’