Christine: Gods hulpje...
Soms stellen de kinderen vragen waar ik gewoon niet zo een-twee-drie een antwoord op heb. Bij Daniël doet dit probleem zich regelmatig voor. Zelfs Plato had niet kunnen slapen van de filosofische dilemma’s waar hij mee aankomt. Bij Elène gebeurt dit nog wat minder vaak, maar ook zij komt af en toe met lastige vraagstukken.We zaten in de auto en ineens vroeg ze me; ‘Mam, huizen hè? Die maken de mensen, toch?’ ‘Jazeker, meis.’, antwoordde ik haar. ‘En pennen? Of papier? Auto’s en de straat?’
‘Allemaal gemaakt door mensen, schat.’
‘Heel goed.’, complimenteerde ze mij. ‘En nu de lucht. Die heeft God gemaakt, hè.’
‘Ja.’ ‘En de bloemen ook. En het gras. En de bomen.’ ‘Ja. Allemaal goed.’
Ze keek bedenkelijk naar buiten. Een slecht teken. ‘En de blaadjes?’, vroeg ze mij heel afwachtend.
‘Die heeft God ook gemaakt!’, antwoordde ik heel zeker. ‘God maakt de bomen en dus ook de blaadjes.’
‘Ja ...Maar niet alleen God kan blaadjes maken hoor. Ook mensen.’, zei ze stellig.
Verbaasd keek ik in de achteruitkijkspiegel. ‘Wie dan bijvoorbeeld?’, vroeg ik haar.
‘Nou. Ik. Ik heb blaadjes gemaakt. Op school. Een blaadje van buiten. Met verf.’
‘Hij is vast erg mooi geworden.’
‘Ja héél mooi!’, zei ze stralend. ‘Veel mooier dan eerst want nu is hij paars met roze!’
‘Dan heb jij God dus geholpen het blaadje mooier te maken. God maakte het blaadje en jij hebt het met verf nóg mooier gemaakt.’
Ze moest er even over na denken. Toen we thuis aankwamen en ik haar gordel los deed, zei ze: ‘Ik ga snel naar binnen mam. Want ik ben een mens en Gods hulpje dus ik heb een hoop te doen!’
Christine