Verstand van pubers...

Bij de term nieuwe katholieken denken we in Nederland aan ‘bekeerlingen’. In Vlaanderen denkt men eerder aan de jeugd. Een belangrijke periode voor de vorming van onze jeugd is de pubertijd. Voor ouders, maar ook voor jongerenwerkers in de Kerk is het daarom nodig de ontwikkelingen die pubers doormaken goed te begrijpen. Hoe krijg je verstand van pubers en weet je wat er in hun verstand gebeurt?
Lucie Veselka, klinisch psycholoog en psychotherapeut, legt uit wat er in deze unieke en bijzondere periode gebeurt en waarom dit alles nodig is om volwassen te worden.
De adolescentie strekt zich uit van 12 tot 25 jaar, waarbij de eerste helft (12-18) de puberteit wordt genoemd. Voorafgaand is er de prepuberteit, van 10 tot 13 jaar. Hoewel een kind volgens de wet al vanaf zijn achttiende volwassen is, hebben de hersenen 25 tot 30 jaar nodig om volledig uit te rijpen.
Lichamelijke ontwikkeling
De duidelijkste verandering is de groeispurt, waarbij een kind fors toeneemt in lengte en gewicht. De geslachtsklieren en geslachtsdelen bereiken hun volgroeide vorm en functie. Hoewel het kind er lichamelijk volwassen begint uit te zien, is de psychologische ontwikkeling nog in volle gang. Dat maakt het voor pubers verwarrend, omdat ze lijfelijk tot zoveel meer in staat zijn dan ze psychisch goed kunnen hanteren en controleren.
De forse groei geeft een grote behoefte aan calcium, eiwitten en vetten. Het is daarom niet verwonderlijk dat pubers snel naar junkfood grijpen, omdat de stoffen die ze nodig hebben hier volop in aanwezig zijn.
Tijdens de puberteit is er een toename aan groei- en geslachtshormonen, die niet alleen leiden tot de lichamelijke veranderingen, zoals borstvorming en haarvorming, maar ook de stemming en het gedrag fors beïnvloeden. De hoeveelheid hormonen verandert voortdurend gedurende de dag, en als we zien hoe chagrijnig een vrouw net voor haar menstruatie kan zijn, onder invloed van hormonen, dan is het voorstelbaar waar een puber doorheen gaat, in wie deze hormoonwisseling zich niet soepel en vast over een maand uitstrekt, maar zich piekend meerdere keren per dag kan aandienen.
Ook verandert het slaappatroon. Pubers gaan later slapen, vaak tot ergernis van ouders, maar uit onderzoek blijkt dat de hersenen het slaaphormoon melatonine tot twee uur later afgeven bij pubers dan bij kinderen. De slaapbehoefte blijft echter nog steeds groot, negen tot tien uur per nacht, waardoor een puber wel moet bijslapen in het weekend om aan voldoende rust te komen.
Cognitieve ontwikkeling
Het intellectuele vermogen neemt fors toe in de adolescentie. Zo leert de puber kritisch denken, zich verplaatsen in de positie van de ander en flexibiliteit. De enorme denkcapaciteit die de puber ontwikkelt, geeft hem echter het gevoel dat hij alles kan begrijpen. Hierdoor kan hij heel stellig en alwetend overkomen. Maar verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich pas later in de adolescentie, zoals het vermogen tot plannen. Het is voor een adolescent moeilijk zich te concentreren in een klas, want hij is juist gefocust op zijn omgeving en wat die van hem vindt. Hij beheerst nog niet optimaal het vermogen zich af te sluiten voor impulsen (geluiden, bewegingen) om zich heen.
Emotionele ontwikkeling
Tijdens de adolescentie wisselen emoties elkaar sneller af en lijken ze extremer. Ook is een puber in periodes overgevoelig. Deze wisselingen van emoties vinden plaats door de hormoonveranderingen die weer nodig zijn om de hersenen te stimuleren zich verder te ontwikkelen. De periode dat het emotiegebied zich ontwikkelt in de hersenen is een kwetsbare fase. Het hersengebied dat deze emoties en impulsiviteit controleert ontwikkelt zich namelijk pas later in de adolescentie. Het is in deze kwetsbare fase dat pubers risicovol gedrag vertonen omdat hun emoties en verlangens zich explosief ontwikkelen maar de beheersing hiervan pas later.
Als volwassenen gebruiken we als we keuzes moeten maken ons gevoel (onderbuikgevoel) dat ons vertelt of een keuze goed of niet goed is. Er is niet altijd genoeg tijd alle voors en tegens af te wegen en dan moet een keuze instinctief worden gemaakt. Dit gevoel ontwikkelt zich pas laat in de adolescentie. Het is zelfs zo dat de lichamelijke reacties die volwassenen hebben als ze een moeilijke keuze moeten maken (trillen, zweten) afwezig zijn bij pubers. Verder ontwikkelt het gevoel dat aangeeft wat goed is op lange termijn zich pas laat in de adolescentie. Als een puber nadenkt over een keuze, kan hij kiezen voor wat goed is op de lange termijn (bijvoorbeeld leren voor een toets). Maar moet hij een keuze maken op basis van zijn gevoel, snel en onder druk van vrienden, dan kiest hij voor wat prettig is op dat moment. Bijvoorbeeld voor een feestje en niet voor leren.
Sociale ontwikkeling
De socialisatie begint al met acht jaar. Regels en waarden worden overgedragen en een kind ontwikkelt een sociale identiteit (‘Wat vinden anderen van mij’). In de prepuberteit worden verschillen tussen meisjes en jongens sterk benadrukt. Vrienden worden belangrijker en pubers ontwikkelen allerlei manieren met elkaar in contact te blijven, zoals Hyves, Facebook en Twitter. In de adolescentie ontwikkelt zich het vermogen het perspectief van de ander te zien sterk. Vrienden en vriendschappen blijken sterk de hersengebieden te activeren, die nodig zijn voor het nadenken over de intenties en gedachten van anderen.
Verliefdheid maakt deze hersengebieden juist minder actief. Als een puber verliefd is, en emoties zijn in deze periode hevig, kan hij zich niet (goed) meer inleven in anderen, zoals zijn ouders.
Bijzondere ontwikkeling
Tot slot is de adolescentie een unieke periode. Adolescenten zijn tot bijzondere dingen in staat. Ze zijn vele malen creatiever, idealistischer en vindingrijker dan een volwassene. Lees als ouders vooral niet de gebruiksaanwijzing van uw nieuwe mobiele telefoon, maar vraag uw puber hoe het ding werkt.
Adolescenten kunnen buiten de gewone kaders denken zonder dat hun ideeën meteen worden uitgegumd door de realiteit. Volwassenen zijn daarin beperkter, omdat het hersengebied dat wijst op wat reëel is, wat kan en niet kan, al veel sterker is. Adolescenten kunnen daarom creatiever zijn. Ze zijn sterk geneigd te onderzoeken en ze kunnen goed discussiëren, wat ze dan ook graag doen.
Het is tijdens de adolescentie dat topsporters en topmusici opbloeien en tot hun recht komen, want in de adolescentie ontstaan het vermogen de omvang van het eigen talent te begrijpen en de motivatie te oefenen. Mozart schreef zijn bekendste werken in zijn adolescentie.
Adolescentie: het ontvouwen van Gods blauwdruk in je kind
De adolescentie is een kostbare en kwetsbare periode, waarin een kind enorme stappen in zijn ontwikkeling zet. Om zich te ontwikkelen moet een puber ruimte hebben, waar hij zelf voor zorgt door afstand te nemen. Voor ouders is het belangrijk dit te respecteren. Blijf aanwezig en blijf waar nodig grenzen aanbieden, maar laat je kind binnen die grenzen vooral oefenen en uitproberen. Ouders hebben veel geduld nodig in deze periode van uitzitten en gebed. Het verlangen dat ouders hebben om samen dingen te doen, zoals toen hun kind kleiner was, moet naar de achtergrond, want daar is geen ruimte voor bij de puber.
Besef dat u conflicten niet kunt voorkomen. Probeer uw kind te aanvaarden, probeer niet te verwijten. En boven alles: probeer los te laten. U laat uw kind niet zomaar los, uw kind is u gegeven om lief te hebben, op te voeden en te leiden op zijn weg met God. Laat uw kind los in de handen van God.
Uw puber heeft de opdracht beeld van God te zijn in deze wereld. Om Gods licht uit te stralen. zijn waarheid en puurheid. En niemand is zo puur, zo hartstochtelijk, zo vurig, zo eerlijk, zo zwart-wit, zo ongekunsteld en zo direct: als een puber.
Leestips:
Martine F. Delfos (2010). Ik heb ook wat te vertellen! Communiceren met pubers en adolescenten.
Uitgeverij SWP Amsterdam.
Eveline Crone (2009). Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam.
Jodie Berndt (2010). Elke tiener heeft biddende ouders nodig. Uitgeverij Medema.