Van de hoofdredacteur: walgelijk wonder
Door brieven van monseigneur De Jong en de hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad Mariska Orbán ontstond recent veel opschudding rond abortus. Het begon allemaal met het poppetje dat de hulpbisschop van Roermond rondstuurde: een getrouwe weergave van een foetus van ongeveer tien weken oud. ‘Walgelijk’ vonden velen deze actie. ‘Walgelijk’, maar waarom eigenlijk?
Waarom is een foetus van tien weken walgelijk? Wie in blijde verwachting is, is vol verwondering over hoe het kindje groeit en zich ontwikkelt in de baarmoeder. Een wonder: het heeft na tien weken al echt voetjes en handjes. Indrukwekkend. Maar wordt dit wonder nu ineens walgelijk als het kind niet gewenst is? Of als de moeder eerder zo’n wondertje is kwijt geraakt door een miskraam?
Als je geen kinderen kunt krijgen, kan er verdriet zijn als bij anderen wel een baby wordt geboren. Maar dit maakt die baby of de confrontatie ermee toch niet walgelijk? Waarom is de confrontatie met een foetus het dan wel? Ik denk zelf dat de echte walging voorkomt uit het feit dat abortus een einde maakt aan een al indrukwekkend groeiend, zich ontwikkelend mensje, met maar één focus: leven. Wie deze confrontatie niet aan kan, schreeuwt moord en brand en keert zich fel tegen de boodschapper.
Veel vrouwen krijgen helaas een miskraam, ik heb het ook meegemaakt. Het maakt me zeker verdrietig als ik denk aan ons kindje dat het niet gered heeft. Maar ieder ander ongeboren kindje blijft voor mij een wonder en zeker niet iets om van te walgen, ook niet als het ongewenst is.
Anna Kruse.