Joanne vanaf het begin

Onder de titel ‘de Pastorie’ houdt Joanne elke week een blog bij van haar belevenissen als vrouw van pastoraal werker Bart. Echte plaats van handeling blijft geheim, feiten en fictie gaan hand in hand en de namen zijn gefingeerd, want Joanne is wel heel openhartig over haar dagelijkse avonturen in de Pastorie…

1 Kennismaking

Het is officieel.We gaan verhuizen naar de pastorie. Bart gaat als pastoraal werker aan de slag en voor mij blijft alles verder bij het oude. De kennismaking met het parochiebestuur verliep overigens op zijn zachtst gezegd wat stroef. De gezette, besnorde, bebrilde en strak in het pak gestoken bestuursvoorzitter liet meteen weten wie de baas is in zijn kerk. Hij dus. Hij zei het niet letterlijk, maar de volgorde waarin zaken gedaan worden, maakte meteen duidelijk dat elke beslissing door hem bekrachtigd zou moeten worden. Bart reageerde tactisch, maar ik zag bij de andere bestuursleden signalen die varieerden van passieve onderdanigheid tot langdurig opgekropte ergernis. Ik maakte nog de blunder door Heer Voorzitter luchtig met zijn voornaam aan te spreken, omdat de andere leden zich ook zodanig hadden voorgesteld. Door mij nadrukkelijk met mevrouw … aan te spreken werd dit subtiel doch met zorgvuldig gedoseerde afkeuring gecorrigeerd. Onze lieve Heer moge ons bijstaan, ik maak me nu al zorgen om die man en Bart had ook niet zo lekker geslapen na de kennismaking. Gelukkig is er de pastorie. Prachtig groot huis met sfeervolle details. Wel vraag ik me af wat het voor onze privacy zal betekenen, met al die parochieactiviteiten op de benedenverdieping…

 

2 Mosterdgeel

We zijn over. Alles staat vol met dozen, maar de muren hebben dankzij de hulp van vrijwilligers uit de parochie, de gewenste kleuren. De gordijnen hangen en de meeste meubels staan. Het ziet er gezellig en vrolijk uit, al is het niet volgens ieders smaak. De mevrouw die sinds Willibrord en Bonifatius de lage landen ontdekten de scepter zwaait over de schoonmaak van de pastorie, was bepaald niet gecharmeerd van de combinatie mosterdgeel met antiekblauw in onze keuken. ‘Het is altijd gewoon, fris wit geweest. Wit geeft ruimte en het lijkt meteen schoner, ja dit wordt wel even wennen’, sprak ze grimmig optimistisch. Hoezo, wennen, dacht ik bij mezelf, wij wonen hier nu toch? ‘Ach, wij zijn al lang gewend aan dit soort kleuren, hadden we in ons vorige huis ook,’ zei ik dus monter. Ze keek me aan alsof ik een onverbeterlijke puber was met bizarre smaakneigingen. ‘Oké,’ klonk het langgerekt. ‘Misschien kun je het beste nu even de hal dweilen, nu iedereen weer weg is. Al dat vuil van de inloop is geen gezicht’, commandeerde ze vriendelijk doch beslist. Ze hees zichzelf in haar jas, klaar om te vertrekken. ‘Nu redden jullie het wel hè, en als je de gang doet zou ik meteen even een sopdoekje over de deur halen. Al die vingers…’ ‘Het is een goed mens bezweert’, Bart als ze weg is. ‘Echt, ze heeft het hart op de goede plek, ergens onder die formidabele boezem…’

 

3 Lievelingsfruit

Tot nu toe hebben we nog niet echt goed geslapen in ons nieuwe huis. We horen allerlei nieuwe geluiden en het ruikt nog indringend naar verf. Gelukkig hebben de kinderen daar geen last van. Bekaf van alle nieuwe indrukken slapen ze als roosjes in hun knusse kamertjes. Maar ’s ochtends zijn ze vanaf half zeven weer paraat en fris, terwijl wij mopperend de dekens over ons hoofd trekken. Berend denkt met weemoed aan ons oude huis. ‘Wonen daar nu andere mensen, mam? Is mijn kamer nu van een ander kind?’ ‘En de aardbeitjes in de tuin waren bijna rijp’, voegt Marieke er snikkend aan toe, ‘die gaan die andere mensen nu zeker allemaal opeten’. Het leed over het verlies van haar lievelingsfruit is niet te overzien en met die aardbeitjes raakt ze bij mij ook een gevoelige snaar. Oké, Bart heeft de baan die hij graag wilde, die past bij zijn, nee onze roeping. Dit huis is groter en mooier dan ons oude huis. Er zit bovendien een enorme tuin bij. Maar alle zorgvuldig opgekweekte fruitboompjes en –struikjes in ons vorige tuintje waren me zo dierbaar. Dit jaar plukt iemand anders daar de vruchten van of erger nog, ze halen alles eruit om te vervangen voor een low maintenance tuin. Steen, weinig onderhoud, ideaal voor drukke tweeverdieners. Ik knuffel Marieke en Berend tegen me aan. ‘Die schoonmaakmevrouw, komt die nu ook bij ons wonen’, wil Berend weten. Verbaasd kijk ik hem aan. ‘Ze zei gister dat we geen rommel mochten maken in de gang. Ze zei dat het haar gang was, maar dit is toch ons huis?’ ‘Ze bedoelt het niet kwaad, bromt Bart van zijn kant onder de dekens.’ Hm.

 

4 Zurig

Vandaag moest ik voor het eerst na drie weken verhuisvakantie weer aan het werk. Met frisse tegenzin stapte ik ’s ochtends om half acht op de fiets richting kantoor. Onderweg dacht ik na over de reacties die ik van collega’s had gekregen op het bericht dat we in een pastorie gingen wonen, omdat Bart nu na zijn studie echt aan de slag ging als pastoraal werker. ‘Misschien kan hij eindelijk iets veranderen aan al die achterhaalde toestanden in de Kerk. Zo’n paus is toch niet meer van deze tijd, als je denkt aan al die aids in Afrika.’ Ik moest een diepe zucht onderdrukken. Het zijn altijd dezelfde uitgekauwde en massamediaal geïndoctrineerde kritieken die je krijgt op de Kerk, vaak als eerste van hen die zelf nog katholiek gedoopt, gevormd en soms getrouwd zijn. Dat de kerken juist in Afrika een geweldige groeiperiode doormaken weten ze niet. En dat diegenen die in het rond vrijen zonder condooms, om redenen die laten we wel wezen nul komma niks met de Kerk van doen hebben, toch al niet naar de paus luisteren, daar denkt ook niemand over na. Kerk, geen condooms, aids, zo klaar als een klontje, redeneert men ondoordacht. Ik wond me er al weer flink over op en kwam enigszins verhit op kantoor aan. Het warme welkom van bevriende collega’s deed me goed en het zurige ‘we beginnen nog steeds om half negen’ van mijn chef - ik was drie minuten te laat -, heb ik maar van me af laten glijden.

 

5 Vier enveloppen

Bart had weer allerlei kennismakingsgesprekken gevoerd met diverse mensen die actief zijn binnen de parochie. Hij deed enthousiast verslag van stimulerende ontmoetingen maar ik moet eerlijk zeggen dat ik waarschijnlijk wat uitgeblust reageerde. Hij heeft nu de baan waartoe hij zich echt geroepen voelt en kan er zijn hart en ziel in kwijt. Ik voel me vastgekluisterd aan een baan waar ik weinig waardering krijg en totaal geen groeimogelijkheden heb, want die zijn er niet voor parttime werkende moeders. Maar goed de vier dagen dat ik niet naar kantoor hoef kan ik me naast het huishouden volop inzetten vanuit de pastorie. Ik ga in ieder geval een ochtend per week het secretariaat bezetten. ’s Avonds was mijn beurt om kennis te maken met de andere vrijwilligers die dit ook een ochtend per week voor hun rekening nemen. Ik had nog net een half uurtje om wat noodzakelijke huishoudelijke klusjes te doen terwijl Bart de kinderen in bed bracht, dacht ik. Maar de bel ging al om half acht. Het door mij zo optimistisch ingeschatte voordeel van geen tijd onderweg, want beneden is de vergaderzaal bleek een illusie. Het was meneer Janssen, die op het moment dat ik de deur opendeed losbarste in een schier eindeloos en uitputtend gedetailleerd verslag van zijn turbulente ervaringen op het hectische secretariaat van de parochie. Afgelopen week hadden tijdens zijn ochtend wel vijf mensen gebeld en hij was aan de stapel post van vier enveloppen en het nodige reclamedrukwerk dus totaal niet toegekomen. Hij werd nog moe als hij er aan dacht.

 

6 Veel groter en zwaarder

De vrijwilligers van het secretariaat staan onder leiding van de bekwame en efficiënte mevrouw Korenbelt die geen tegenspraak over de aanpak duldt. Zelfs meneer Janssen zag zich onder haar strenge, doch ongetwijfeld zeer rechtvaardige, blik genoodzaakt zijn persoonlijke belevenissen voor een later tijdstip te bewaren. ‘Wij zijn zeer blij dat Joanne ons secretariaat komt versterken’, sprak zij en de veelal grijze hoofden van de medewerkers knikten blij en bemoedigend op en neer. Ik kreeg vervolgens meteen alle computerwerkzaamheden toebedeeld omdat de anderen nog van ver voor het computertijdperk waren en de benodigde inhaalslag een brug te ver was gebleken. Overigens geldt dat niet voor meneer Janssen, want die bleek vooral met e-mail wel goed uit de voeten te kunnen. ‘Zo handig als je je kinderen op de hoogte wilt houden van wat je allemaal doet’, fluisterde hij me op een door onze leidster iets minder streng bewaakt ogenblik toe. ‘Echt fijn dat je wilt helpen’, sprak mevrouw Korenbelt nadat ze doortastend meneer Jansen als laatste naar buiten had gedirigeerd. ‘Het zijn lieve mensen en het is fijn dat ze zich inzetten, maar iemand met jouw capaciteiten zal een heel verschil maken voor onze administratie, archief, promotiewerkzaamheden, financieel overzicht enzovoort.’ Ze klopte me stevig maar hartelijk op de schouder en liet me achter met het bange vermoeden dat deze klus veel groter en zwaarder zou uitpakken dan ik had gedacht.

 

7. Onlogische koffie

Mijn eerste ochtend op het secretariaat was ook mevrouw Korenbelt aanwezig om me in te werken. Toen ik een keer de telefoon had beantwoord, meer bleek te weten van de computer dan zij en ik ook de post – zes enveloppen – moeiteloos over de van namen voorziene postvakjes verdeelde, was ze snel en zeer tevreden vertrokken. Meneer Janssen belde nog om wat tips door te geven aangevuld met persoonlijke ervaringen en toen ik daar eindelijk een punt achter had kunnen zetten, kwam Bart binnenlopen. ‘Even koffiedrinken?’ ‘Moet kunnen’ zie ik blij, weer helemaal overtuigd van de voordelen van samen werken in de pastorie. Het koffiezetapparaat drukte deze vreugde meteen weer de kop in, want het liet zich totaal niet gemakkelijk bedienen. Nadat ik er al twee keer een kan water in had gedaan en op alle knopjes had gedrukt, gebeurde er nog niets. ‘Ik ren wel even naar boven om senseo’s uit ons eigen apparaat te halen’ zei Bart, mij gestrest over de onlogische opzet van veel apparatuur en dit apparaat in het bijzonder achterlatend. Mijn toestand werd er niet beter op toen de deur openging en de schoonmaakmevrouw – hoe heette ze nou toch ook weer – binnenstoomde. Gauw ging ik met mijn rug voor het koffiezetapparaat staan om het door mij verrichte onheil te verbergen. ‘goedemorgen’ riep ik zo vrolijk als mogelijk. ‘Ik zit op het secretariaat vanochtend’, waarna ik snel langs haar heen probeerde te glippen richting mijn veilige bureau.

Ik botste bijna tegen Bart op, maar gelukkig wist hij twee kopjes koffie veilig op de plaats van bestemming te brengen. Ik deed de deur achter hem dicht. Geen schoonmaakdame bij ons tete a tete graag.

 

8. Vloek uit de keuken

Met mijn vrijwilligerswerk als secretaresse komt het wel goed. De verhoudingen met mevrouw Schoonmaak zijn helaas wel wat verstoord. Toen zij ook nog eens een kan water in het koffiezetapparaat had gedaan, onwetend van mijn twee tevergeefse ladingen, stroomde de koffiekan over met hele slappe koffie. Ik durf het niet helemaal met zekerheid te zeggen, maar ik dacht dat ik op het moment van ontdekking een vloek uit de keuken hoorde komen, wat je toch niet verwacht in een pastorie. Ik koos het hazenpad met goed excuus want gelukkig was het net tijd om de kinderen van school te halen. Toen het ergste leed al wat geleden was en ik met de kinderen terug kwam, kreeg ik alsnog een verontwaardigde blik, maar een vergaderende groep commissieleden op de achtergrond, voorkwam een reprimande. Die houd ik misschien nog te goed. Ondertussen hebben we andere dingen aan ons hoofd. Het ene na het andere misbruikschandaal binnen de Kerk wordt via de media over ons uitgestort. Verslagen kijken Bart en ik elkaar aan na weer een nieuwsitem over mensen die vroeger zijn misbruikt door religieuzen en priesters. Hoe kan dit? Hoe kon dit gebeuren? Verschrikkelijke daden door mensen die de naam van Jezus moesten hooghouden? Getuigen hadden moeten zijn van Zijn liefde… Ondertussen ergeren we ons aan de negatieve gretigheid waarmee in sommige programma’s de Kerk door het slijk wordt gehaald. Mediapriester Antoine Bodar is als een vinger in de dijk tegen een verwoestende modderstroom van meningen er op gericht de Kerk nu definitief onderuit te halen.

 

9. Bisschop als gewoon mens

Het imago van de Kerk is beschadigd en daarmee ook dat van mensen in dienst van de Kerk. Ik durf nauwelijks nog te vertellen dat Bart katholiek pastoraal werker is aan bijvoorbeeld andere ouders bij school. Toen Berend een afspraak wilde maken met een vriendje, merkte ik hoe ik mijn best deed het woord ‘pastorie’ te vermijden in de routebeschrijving naar ons huis. Terwijl dat toch klip en klaar zal zijn als de moeder van Nick haar zoontje op komt halen. Durven mensen straks hun kind nog wel aan ons mee te geven? Ik kan wel zeggen dat ik er slecht van heb geslapen van alle feiten die boven water komen. Gelukkig komt er een onafhankelijk onderzoek en ik hoop en bid maar dat de slachtoffers dan recht zal worden gedaan. En dat we dan verder kunnen met een schone lei. Er is ook onophoudelijk kritiek op de bisschoppen en de paus. Wat ze ook doen of zeggen, het is altijd verkeerd of te weinig of te laat. Bart vertelde hoe hij een paar parochianen probeerde uit te leggen dat een bisschop ook maar een mens is. Gewoon begonnen als priester en toen tot bisschop gekozen. Iemand die ingewikkelde beslissingen moet nemen in complexe situaties met verschillende belanghebbenden. ‘Ze keken me aan alsof ik een broodje aap verkocht’, zei Bart. ‘Een bisschop een gewoon mens?!’

 

10. Liefste mama

Ik zag er zeker wat tobberig uit, want Marieke keek me indringend aan. Sloeg toen haar mollige armpjes om mijn nek voor een heerlijke knuffel. ‘Jij bent de liefste mama van de hele wereld.’ Kijk, dat zijn nou de momenten waar je het als moeder allemaal voor doet. Ik knuffelde haar uitvoerig terug en vergat even al het andere waar je als mens over kunt piekeren. Soms vraag ik me wel eens af of Bart en ik ons niet inzetten voor een verloren zaak. Het lijkt alleen maar slechter te gaan met de katholieke Kerk in Nederland en met alle verhalen over misbruik gaat er weinig wervingskracht vanuit. Marieke en ik werden gestoord door de bel. Via de intercom probeerde ik te achterhalen wie er voor de deur stond. ‘Ik moet de pastoor spreken’ herhaalde een stem die steeds bozer leek te klinken. Mijn argument dat de pastoor hier niet woonde en niet ter plekke was, werd genegeerd. ‘Doe open, ik moet de pastoor spreken. Doe open, nu.’ Als iemand je zo dwingend toespreekt is dat moeilijk te negeren. Na Marieke geïnstrueerd te hebben in de kamer te blijven, liep ik de hal in, de trap af naar de buitendeur. Door het glas van de deur zag ik een haveloze man staan, een dakloze? ‘Doe open’, riep hij nogmaals, agressief op de deur bonzend. Ja, ik zal me daar gek wezen zeker. Het enige wat ik deed was gauw een schietgebedje zeggen, om directe versterking…

 

11. Gebedsverhoring

 

Mijn schietgebedje werd verhoord, maar niet helemaal zoals gehoopt. Bart kwam niet, een sterke politieagent bleef uit en ook een doortastende maatschappelijk werker verscheen niet ten tonele. Het was meneer Jansen die via de achterdeur haastig afkwam op de herrie bij de voordeur. ‘Er staat iemand te schreeuwen dat hij naar binnen wil’, bracht ik hem zachtjes op de hoogte. ‘Een junk’, concludeerde meneer Jansen met een ervaren blik op de boosdoener. ‘Die komen wel vaker naar de pastorie, ook ’s nachts, om geld te vragen. Ze verwachten dat de pastoor altijd klaar staat met een zak vol geld.’ Wel vaker naar de pastorie? Hoe zo: ‘wel vaker’ en ‘ook ’s nachts’? Waarom heeft niemand ons dat vertelt toen we besloten hier te gaan wonen? Ik wil ’s nachts toch zeker niet wakker worden gebeld door een dreigende drugsgebruiker. ‘Er is een protocol voor’, zei meneer Jansen sussend, mijn verbijstering in ogenschouw nemend. Is er zelfs een protocol voor dit soort situaties? Protocollen zijn er toch alleen voor zaken die zich geregeld voordoen? Het werd steeds erger. Ondertussen was de boze beller gaan zitten, tegen onze buitendeur aan. Meneer Jansen belde volgens het protocol het diaconale centrum om hulp, maar werd geadviseerd een bericht in te spreken op de voicemail. ‘Ik geef hem het adres van het diaconaal centrum’. Dankbaar accepteerde ik het kordate optreden van meneer Jansen, dat nog succes had ook. De agressieve man besloot het diaconaal centrum onveilig te gaan maken, maar het kan ook zijn dat hij uiteindelijk genoeg kreeg van alle andere ervaringen met daklozen en hulpzoekers die meneer Jansen aan hem op begon te sommen…

 

12. Reputatie  

Bart bleek al eerder (maar niet voor onze verhuizing) te hebben gehoord van mensen die in noodsituaties aanbellen bij de pastorie. Soms gaat het inderdaad om geld voor drugs, soms hebben mensen niets meer te eten en soms zijn het asielzoekers die hulp zoeken en een dak boven hun hoofd. Ik moest het even verwerken. Ik ben idealistisch, ja. Ik wil graag mensen helpen, ja. Maar ik vind het niet fijn de kans te lopen ’s nachts uit bed te worden gebeld door een dakloze met wie weet wat voor probleem en achtergrond, terwijl mijn twee kindjes boven liggen te slapen. Bart is hier ook niet onverdeeld enthousiast over, maar hij pakt het iets makkelijker op dan ik. ‘In het diaconaal centrum zijn er wel mogelijkheden om deze mensen te helpen met voedselpakketten en kleren bijvoorbeeld of een doorverwijzing naar nachtopvang. En als je je onveilig voelt, laat je de deur dicht. Dan geef je ze een folder door de brievenbus.’ ‘Maar waarom bellen ze hier aan’, vraag ik me af. ‘De Kerk heeft een reputatie van naastenzorg. Mensen verwachten, of ze nu gelovig zijn of niet, dat een pastoor zal proberen te helpen’. En dan blijken allerlei schandalen, hoe bevooroordeeld belicht ook in de media, zo’n reputatie niet zomaar stuk te kunnen krijgen. Daar moet ik aan bijdragen, besloot ik. En ik ben meteen kleren gaan verzamelen die wij toch niet of bijna niet dragen. Daar schijnen ze blij mee te zijn op het diaconaal centrum.

 

13 Sacrale dans

Terwijl de kinderen op school zitten, Bart aan het werk is, neem ik de gelegenheid te baat een grote zak met kleren in de auto te laden met als eindbestemming diaconaal centrum. Dit is gevestigd in het hartje van de stad en dat is voor de automobilist geen pretje. Normaal gesproken ga ik weer of geen weer altijd per fiets omdat ik er een bloedhekel aan heb te parkeren in dat altijd drukke centrum waar je bovendien flink voor moet betalen. Maar goed, ik wil alleen iets afleveren, dus kan ik de auto wel even met knipperlichten voor de deur zetten, dacht ik zo. Als ik het ‘Diatrum’, ja zo heet het echt, heb gevonden loopt alles anders dan gedacht. Ten eerste is voor de ingang geen plek voor auto’s, want dan kan ander verkeer er niet langs. Ik moet alsnog met een omweg via uitsluitend eenrichtingsverkeer bij de ingang voor leveranciers zien te komen. Met het zweet in mijn hemd rij ik stapvoets door de nauwe, volle straatjes speurend naar het Diatrum, dat ineens nergens meer te vinden lijkt. Uiteindelijk ontdek ik naast een roestvrijstalen deur een bel met daaronder het gewenste naamlabeltje. Opgelucht doe ik de knipperlichten aan en druk op de bel. Na een minuutje nagelbijten gaat de deur toch nog open. Een oudere dame in een fladderend gewaad, zo te zien zelf geverfd in oranjebruine tinten, het haar in een bijpassende tint, vermoedelijk ook eigenhandig aangebracht, doet open. Op de achtergrond klinkt exotische muziek. ‘Ja?’ klinkt het geagiteerd. ‘We zitten net midden in een sacrale dans’, volgt het dan iets verontschuldigend. ‘Wat kan ik voor u doen?’

 

14 Heilig ritme

Kom ik toch bijna midden in een sacrale dans terecht. Nog nooit eerder van gehoord. Door een deur zie ik een groep dames, veelal vijftig plus vol overgave door een te klein lijkende ruimte wervelen. ‘We dansen eigenlijk liever in de Kerk, maar dat mag niet meer van meneer pastoor’, zegt mevrouw Oranjebruin, die duidelijk niet dol is op haar geestelijk leider. ‘U kunt uw zak hier wel neerzetten, dan vinden de mensen van de werkgroep kleding en voedselpakketten het wel. Als u het niet erg vindt, ga ik gauw terug naar de dans. Het is helemaal niet goed om het spirituele proces te doorbreken, maar ja dat is het grote nadeel van het Diatrum.’ De afkeuring waarmee ze dit woord uitspreekt, maakt ook weer precies duidelijk welke gevoelens ze hieromtrent koestert. En voordat ik goed en wel besef hoe en wat, sta ik al weer bij de auto die niet open kan omdat ik met de zak kleren ook even de autosleutels had neer gelegd en vergeten ben die weer op te pakken. Met vrees voor het opnieuw doorbroken spirituele proces, bel ik toch maar weer aan. De roestvrijstalen deur wordt nogal woest opengerukt. ‘Autosleutel vergeten’ zeg ik gauw en glip langs Oranjebruin die me met priemende blauwe ogen weinig sacraal opneemt. Zonder iets te zeggen stampt ze terug naar de dans. ‘Dat zal wel even duren voordat ze het heilige ritme weer goed te pakken heeft’, denk ik terwijl ik me dit keer definitief uit de voeten maak.

 

15 Geitenwollen-sokken-feest

Bart vertelt dat er behalve aan sacraal dansen ook nog aan meditatief wandelen, pastorale yoga en zen meditatie wordt gedaan binnen de parochies waar hij voor werkt. Hij zucht er bij en ziet er ineens heel moe uit. ‘Allemaal zelfgerichte activiteiten, maar voor kinderwerk is geen hond te vinden en als je er bij zegt dat het om catechese gaat, kijken ze je aan of je een vies woord gebruikt.’ Bart klaagt niet gauw. Hij is van nature optimist en altijd positief ingesteld maar ik merk dat zijn nieuwe baan hem soms best zwaar valt. ‘Bij bijna elke ontmoeting met parochianen krijg ik eerst een vrachtwagen vol kritiek over van alles en nog wat over me heen. Dan volgen allerlei onzinnige ideeën om alles te veranderen en de kerken weer vol te krijgen door middel van hippe vieringen. Als je doorvraagt hoe hip het moet zijn, komt het neer op een soort jaren zestig geitenwollen-sokken-feest met zelfgemaakte teksten voor de liturgie en hooguit af een toe een Huub Oosterhuis-song, waar ze zelf helaas niet bij kunnen zijn.’ Ik proef toch wat frustratie… De catechese voor kinderen en jongeren zoals Bart zich dat voorstelt, modern en fris maar inhoudelijk echt katholiek, heeft hij niet een twee drie gerealiseerd. In de praktijk vinden de weinige ouders die nog betrokken, zijn de woorden ‘inhoud’ en ‘echt katholiek’ vaak ook verdacht. Het moet vooral ‘leuk’ zijn voor hun kinderen, verder niets. ‘Zelfs de enthousiaste mensen die je tegenkomt, weten zo weinig over het geloof. Het is haast onvoorstelbaar.’ We zijn er samen even stil van…

 

16 Belrondje door Bart

Bart is een paar avonden achter elkaar aan het bellen geweest. Ik heb respect voor zijn geduld en doorzettingsvermogen. Alle ouders van eerste communicantjes in het afgelopen jaar belt hij op of ze mee willen helpen aan een nieuw op te starten project voor hun kinderen. Hij probeert ze te overtuigen van het belang van de doorgaande lijn. 'De eerste communicantjes zijn over het algemeen enthousiast en open voor alles wat ze aangereikt krijgen in de voorbereiding op hun feest. Daar willen we op voortborduren en kinderen in de kerk een fijne plek bieden waar ze elkaar kunnen blijven ontmoeten. Ze krijgen dan ook weer een bijbelverhaal te horen. We vertellen iets over de Kerk, zingen en bidden met ze. En elke bijeenkomst gaan we ook een spel doen, of knutselen. In ieder geval iets gezelligs.' Het is dat Berend nog iets te jong is, maar ik zou mijn kind zo opgeven als ik zo enthousiast werd gebeld. De ouders reageren terughoudend. Ze zijn meest druk, druk, druk en hun kinderen eigenlijk ook. Als Bart zo'n twintig nummers gebeld heeft, is de score twee moeders die wel mee willen helpen en twee anderen die nog een slag om de arm houden. 'Het is een begin', zegt Bart opgewekt. 'Bijna iedereen wil wel informatie ontvangen als we echt van start gaan, al zegt niemand dat zijn kind ook daadwerkelijk mee gaat doen'. Als ik zondags eens goed rondkijk in de parochiekerk waar Bart dit keer moet aantreden, moet ik constateren dat er maar twee kinderen aanwezig zijn: die van ons.

 

17 Uitslapen of toch niet…

Uitslapen, daar snak ik soms zo naar. Maar met twee koters die vanaf hun allereerste begin echte ochtendmensjes zijn en dus iedere ochtend rond half zeven fris en fruitig de dag begroeten met vrolijke speelgeluiden en zo nu en dan verschrikkelijk gekrijs, komt het daar niet vaak van. Maar in de herfstvakantie mochten ze samen twee nachtjes bij oma en opa logeren. Een groter geluk kun je alle vier de betrokkenen niet geven en Bart en ik zijn er ook best tevreden mee. Hoewel ik uit gewoonte toch om half zeven wakker werd, draaide ik me nog eens behaaglijk om toen het besef daagde, dat het op een licht gesnurk van Bart na, stil was in huis. Heerlijk stil. Bijna sukkelde ik weer in slaap, toen ik opeens gestommel hoorde beneden. Meteen was ik klaarwakker en luisterde met gespitste oren. Was dat geluid maar een droom of liep er beneden echt iemand rond? Ja, nu hoorde ik toch duidelijk een deur opengaan. ‘De agressieve drugsgebruiker is terug’, flitste het door me heen, maar die kon toch niet zo maar naar binnen? De vorige keer had hij ‘netjes’ aangebeld. ‘Bart, Bart,’ probeerde ik mijn wederhelft uit zijn slaap te rukken. ‘Bart, wordt wakker, er is iemand beneden.’ Bart keek me slaperig aan. ‘Misschien iemand die op het secretariaat moet zijn’, mompelde hij nogal onverstoorbaar. ‘Om kwart voor zeven ’s ochtends toch niet? Ik hoor allerlei verdachte geluiden, ik ga kijken.’

 

18 Geheim

In mijn stokoude kamerjas gewikkeld (van mijn moeder ‘geleend’ toen ik bij mijn eerste bevalling in het ziekenhuis terechtkwam) deed ik zo zachtjes mogelijk onze buitendeur open. Vandaar kom je op een kleine overloop met een trap naar beneden die rechtstreeks naar de centrale gang van ons bruisende parochiecentrum voert. Stilletjes sloop ik de trap af, de paraplu met houten handvat in mijn handen geklemd als wapen tegen eventuele inbrekers. Er klonk een stem in mijn hoofd die op indringende toon zei ‘ga niet in je eentje naar beneden als je niet weet wat je te wachten staat’, maar soms negeer ik mijn verstandige ik als ik eenmaal op dreef ben in een avontuurlijke missie. Het geluid kwam uit de keuken, onmiskenbaar. Op mijn tenen sloop ik naar de keukendeur die op een kier stond. Voorzichtig gluurde ik om het hoekje, en zag mijn grote verbazing Heer Voorzitter van het bestuur, die allerlei keukenkastjes open en weer dicht deed, duidelijk op zoek naar het een of ander. Misschien voelde hij mijn blik, want ineens draaide hij zich om en staarde mij recht aan. Even leek hij van zijn stuk gebracht, maar hij herstelde zich verbluffend snel. Afkeurend bekeek hij mij van top tot teen, alsof ik een griezelig insect was dat zijn pad hinderlijk kruiste. ‘Ah, jullie wonen hier, dat is waar ook.’ Vervolgens schoof hij mij zonder pardon aan de kant en ging er vandoor. Zonder verklaring. Maar ik rook een geheim en toen hij weg was, heb ik zelf ook alle keukenkastjes geïnspecteerd om te zien of ik misschien kon vinden wat hij zocht…

 

 

 

19 Burn-out risico

Bart was maar tijdelijk geïnteresseerd in het mysterie van de zoekende voorzitter. Toen we bij een zeldzaam gezamenlijk ontbijt alle mogelijkheden uitvoerig hadden besproken, moest hij weer aan de slag met preken schrijven, mensen bellen, afspraken nakomen. Hij is officieel parttime in dienst, maar daar valt soms weinig van te merken. Hij verzet voor mijn gevoel zeker zoveel werk als een fulltimer, maar voor minder salaris… Laatst hadden we vrienden op bezoek die protestant zijn. Zij werken ook voor hun kerk met een aantal jaren meer ervaring. ‘Je moet oppassen dat je goed je tijd bewaakt’, was hun advies aan Bart. ‘Er wordt vaak een eisenpakket neergelegd door bestuursleden die zelf geen flauw benul hebben hoeveel tijd het kost om iets te realiseren. Jij bent degene die moet afbakenen hoeveel uur je aan een gewenst project kunt besteden.’ Bart herkende dit wel, maar hij is iemand die zich ergens op stort en dan doorgaat tot het af is. ‘Pas maar op’, zei onze vriendin toen ze weggingen. ‘Dominees en priesters lopen een groot risico op burn-out, maar dat geldt net zo goed voor bevlogen kerkelijk werkers’. Ik probeer Bart af en toe een beetje af te remmen met het oog op de lange-termijn-gezondheidsrisico’s, maar voorlopig koerst hij op volle kracht vooruit… Toen hij weer aan het werk was, heb ik nog eens de keuken beneden doorzocht, zonder resultaat. Wat deed die voorzitter daar toch en dan op zo’n vreemde tijd. Ik rust niet voor ik het weet.

 

20 Spirituele kinderen

Een weekje vrij gaat veel te snel voorbij en inmiddels draait alles al weer geruime tijd volgens het gewone ritme. De kinderen gaan naar school, ik een paar dagen per week naar mijn werk en de rest van de tijd probeer ik ons huishouden op peil te houden, aan onze sociale contacten te werken en doe ik vrijwilligerswerk voor de parochie. Ik ben geen stap dichter bij de oplossing van het voorzittersmysterie gekomen, ook omdat Bart al mijn tactische en subtiele verhoortips tijdens de recente bestuursvergadering niet heeft toegepast. Hij zegt nu dat er waarschijnlijk een voor de hand liggende verklaring is en laat mij alleen met mijn fantasieën rond verborgen testamenten van overleden pastoors, eigendomsdocumenten van onroerend goed waarvan niemand nog weet dat het van de Kerk is, het verloren maar kostbare dagboek van een heilige enzovoort, enzovoort. En ondertussen vragen allerlei andere zaken om aandacht. Bart heeft gevraagd of ik een poster wil maken voor zijn kindernevendienst nieuwe stijl, gericht op kinderen die hun eerste communie hebben gedaan. Eerste communicantjes zijn meestal hartveroverend enthousiast en open voor het geloof, weten we uit ervaring. Ik heb wel eens ergens gelezen dat de meeste kinderen van nature (ongeacht de opvoeding die ze krijgen) geloven in god of het bovennatuurlijke. Dat vind ik bijzonder. Een kind is van nature spiritueel, net zolang tot ouders of opvoeders dat uitbannen.



Reacties

er zijn nog geen reacties

Reageren

Naam:

Bericht:


Code:

Poll
Een groot gezin is een bijbelse opdracht die we negeren. Gelovigen moeten grote gezinnen stichten.
Eens, die opdracht staat nog steeds. Gelovigen moeten zich niet laten beïnvloeden door wereldse opvattingen over het gezin.
Die opdracht gold voor het begin der tijden. Nu zijn er meer dan genoeg mensen op de wereld. Een klein gezin is ook goed.
Een groot gezin is in deze tijd asociaal. Gelovigen moeten voorop gaan in een bewuste omgang met de aarde!
Elk kind is altijd, ongeacht de grootte van het gezin, een zegen van God.


96 stemmen
Bekijk resultaten   |   archief
Twitter
volg ons nu ook op twitter

@InspiratieMag