Joanne: bangmakerij en indoctrinatie
Voor diegenen die in spanning afwachten wat er in de kluis in de kelder zit: het geheim is bekend, de sleutel past (!) en nu loop ik er over te tobben wat ik met deze kennis moet. De kluis ligt vol flessen wijn, sommige heel oud, die best eens waardevol zouden kunnen zijn. Bart zegt dat we dit aan het parochiebestuur moeten melden, maar ik weet nog niet goed hoe ik moet vertellen dat ik op het spoor werd gezet door een rondsnuffelde voorzitter. Wat niet weet wat niet deert en ik denk eerst rustig na hoe ik dit aan ga pakken. Iets anders dat onze aandacht opeist is het kinderwerk.
In gang gezet door Bart, met hulp van mij en twee moeders. Samen leveren wijzelf in totaal vier kinderen en daar komen per keer nog vijf à zes bij. Eén ouder was eerst erg enthousiast over de bijeenkomsten, waarin we naast een bijbelverhaal, een knutselwerkje en een liedje ook altijd begrippen uit de catechismus bespreken. De sacramenten bijvoorbeeld, maar ook termen als zonde en vergeving komen aan bod. Tot onze schrik kwam betreffende ouder de laatste keer boos melden dat haar kind niet meer mee mocht doen. Wij zouden hem hebben geleerd dat als je zonde deed, je naar de hel ging. ‘Bangmakerij’ brieste ze. ‘Indoctrinatie, ik geloof niet ineens in een hel’ . Wij keken elkaar verschrikt aan. Haar zoontje is erg geïnteresseerd en stelt allerlei vragen die we zo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Toen het ging over zonde hebben we op zijn vragen ook hemel en hel genoemd maar zeker niet gezegd dat de kinderen daar naar toe moesten als ze zonde deden. We benadrukten juist dat je bij God altijd met een schone lei mag beginnen als je spijt hebt van iets dat verkeerd was. Ze noemden daarbij zelf allerlei voorbeelden als jokken, iets stiekem pakken, iemand duwen en ruzie maken. Niemand was bang, ze deden blij en vrolijk mee en nu kregen we dit. Bart stelde voor dat mevrouw een keer langs zou komen om er over door te praten. Dat gaat nog gebeuren. Ondertussen denken we na over de vraag of je het met kinderen dan maar niet over zaken als zonde, hemel en hel moet hebben.
Joanne
Joanne, dank je voor dit te delen met ons. 'k Ben blij dat mevrouw nog een keer met jullie komt praten. Zo te horen had het jongetje een gezonde belangstelling en heeft de moeder hinder van de collectieve erfenis waar zowat heel onze generatie (40-60jarigen) zo'n beetje de gevolgen van ondervindt. Die erfenis: je spreekt niet over het geloof en als je het wél doet dan vermijd je de moeilijke onderwerpen. (voor sommigen is 'Jezus' al moeilijk om over te spreken).
De gevolgen: een geloofskennis die veelal niet het peil heeft behaald of behouden die je mag verwachten bij kinderen op de basisschool die opgroeien in een gezin waar een levend geloof geleefd wordt. In mijn ogen dus zoals het in een normaal katholiek gezin zou mogen zijn.
Waarom zou je met kinderen niet over zonde, hemel en hel moeten spreken? Ik vind dat zo'n vreemd idee, dat dat niet zou mogen! Dat is net zoiets als een peuter of een kleuter voor het eerst een echt hete kop thee geven en zeggen dat je ze een héérlijk kopje thee geeft en er bewust (!) niet bij zeggen dat het op moet passen, moet blazen en dan héél voorzichtig drinken moet. Dat doet iedere moeder en vader wel. Waarom eigenlijk? Wat zou er mis zijn met kind tweede of eerste graads brandwonden in de mond en slokdarm en misschien zelfs in de luchtwegen laten oplopen?
Een rotvraag natuurlijk! Je laat je kind zoiets niet proefondervindelijk leren. Als het gaat om het welzijn en welbevinden van onze kinderen, stellen we zo ongeveer álles in het werk om ze het 'beste van het beste' te geven. Uiteraard voor zover onze mogelijkheden reiken!
Waarom zouden we dan anders met onze kinderen omgaan wanneer het gaat om hun eeuwig welzijn? Waarom zouden we wel vertellen van de hemel (om de parallel even terug te halen: dat het een héérlijk kopje thee is) en niet vertellen wat zonde is (vgl: bewust niet vertellen dat het heet is enz.) en dat de hel bestaat en dat je daar ook zou kunnen komen. De vergelijk met de verbrande mond en zo gaat niet helemaal op, maar wel is het langdurig (in geval van de hel zelfs eeuwig) lijden te vergelijken.
Waarom is het voor velen toch zo moeilijk om te geloven dat er een hel bestaat? Omdat het zo eng is? Ja, dat ís het ook. Maar moeten het bestaan van de hel (en van de duvel ook) dan maar verzwijgen voor onszelf én voor onze kinderen?
Nee, ik denk dat het onze verantwoordelijkheid in verband met ons eigen heil én in verband met het heil van onze kinderen dat we minstens het bewustzijn van het bestaan van de hel moeten hebben.
Uiteraard zijn wij niet geschapen om in de hel te belanden. Nee wij zijn geschapen omdat God Liefde is en niet anders kan dan Zichzelf (de Liefde) te delen met heel Zijn schepping, maar in het bijzonder met ons, mensen. Hij is als een Vader voor ons en heeft werkelijk het allerbeste met ons voor. Nog veel beter dan wij ons ook maar kunnen voorstellen. Daarom is het zo goed om onze kinderen groot te brengen met de wetenschap dat God ons liefheeft én dat Hij ons zó vrij laat dat wij ervoor kunnen kiezen om Zijn Liefde te ontvangen (en door te geven) óf om Zijn Liefde af te slaan. Wanneer we Zijn Liefde ontvangen (ons geloof omarmen en ernaar leven en dus ons ook wat aantrekken van wat de Kerk ons leert) dan valt ons het eeuwig leven in de hemel te deel.
Wanneer wij ervoor kiezen om Zijn Liefde niet te ontvangen en deze zelfs af te slaan dan bestaat de mogelijkheid van het eeuwig leven in de hel te lijden.
Voor het jongetje is het volgens mij klip en klaar welke keuze hij gemaakt heeft: Gods Liefde ontvangen. De moeder mag fier zijn op haar zoontje en de spiegel die hij haar voorhoudt inkijken en zich afvragen of ze zich nu durft realiseren dat er echt realiteit van hemel is én van hel ... en dat zij er voor mag kiezen om óók Zijn Liefde te ontvangen.
Gods zegen toegebeden met het naderende gesprek, Bart en Joanne én ook aan de moeder (en vader?) van de jongen.
LiekeTR | 18:37 | 21-03-2011
1