Christine: Kinderen die vragen...
Een gezegde. Bekend bij vrijwel iedereen. Kinderen die vragen, worden overgeslagen. Maar is dat wel zo of geldt dat alleen bij oma en haar snoeppot? Daniël wilde heel graag een Wii voor zijn verjaardag. Hij werkte ervoor, spaarde ieder centje en prijsde zich zielsgelukkig als hij vijf cent op straat vond. Toen we ‘s avonds met zijn allen baden, aarzelde hij een moment. ‘Het staat zeker hebberig als ik aan God een Wii vraag, hè?’, vroeg hij mij.
‘Tja. Je kunt het altijd vragen, maar ik weet natuurlijk niet of je het dan ook krijgt.’
‘Ja maar wat als God mij nou hebberig vindt?! Dan krijg ik hem al helemaal niet! Misschien vindt God een Wii wel heel slecht omdat kinderen er verslaafd aan kunnen raken.’
‘Ja. Verslaafde kinderen wil Hij natuurlijk niet. Maar dat heb je ook zelf in de hand. Ik denk niet dat je het kunt verpesten bij God hoor, Daan. Hij zal het heus wel begrijpen dat jij graag een Wii wilt.’
Daniël moest hier duidelijk even over na denken. Lastig.
‘Weet je, Daan. Iemand vertelde mij laatst dat God is als een échte vader. En aan echte vaders kun je alles vragen, maar je krijgt niet altijd alles. Een vader zegt: ‘Ja, nee of misschien.’ Dat doet God ook.
‘Nou ik hoop maar dat hij me niet hebberig vindt dan.’
‘Nee hoor schat. Gods kinderen mogen altijd vragen en worden nóóit overgeslagen!’