Joanne: biechten is opruimen
Tijdens het eten kwam het er op dat Bart en ik in de periode voor Pasen willen gaan biechten. De kinderen wilden precies weten wat dat was en waarom zij dat interessante gebeuren niet mochten meemaken. Bart legde uit dat zij, als ze nog wat groter zijn, dit ook mochten doen en dat hij regelmatig ging biechten om aan een priester te vertellen waar hij spijt over heeft. ‘En dat moet mama ook minstens een keer per jaar doen...’Hij keek me veelbetekenend aan. ‘Papa heeft gelijk’, mompelde ik onwillig en ik ben ook vast van plan nog voor Pasen mijn zonden op te biechten ook al heb ik er weerstand tegen. In theorie vind ik dit een prachtig, ondergewaardeerd sacrament. Iedereen zou misschien wel regelmatig moeten biechten om te voorkomen dat je in plaats daarvan bij een psycholoog of psychiater terecht komt. Ik zie dat Bart altijd opgeruimd terugkomt van zijn biecht. Het doet hem geestelijk goed. Fantastisch allemaal dus, alleen in de praktijk ervaar ik voor mijzelf een kilometershoge drempel. Bidden vind ik makkelijker en dan analyseer ik al biddend meteen wat ik allemaal fout heb gedaan en waar ik vergeving voor nodig heb. Lekker direct en het werkt ook positief uit. Het bevalt me niks dat ik mijn geweten moet blootleggen voor een medemens al is die dan ook priester. Toch weet ook ik uit persoonlijke ervaring dat het goed is om een en ander hard op uit te spreken en dan absolutie te ontvangen. Daarna ga ik bij wijze van spreken huppelend als schoon gewassen lammetje naar huis. Langzaam maar zeker komt dan de drempel weer terug en weet ik steeds weer een nieuwe reden waarom ik niet met Bart mee hoef te gaan… Maar goed, ook dit jaar zal ik me vermannen en het sacrament van de biecht in dankbaarheid ontvangen. Hopelijk gaat het de kinderen straks makkelijker af als ze er van jongs af aan mee vertrouwd zijn geraakt. ‘Je weet toch dat Jezus in je hart woont?’ Ja, knikken de kinderen. ‘Af en toe moet je je hart opruimen van de verkeerde dingen die je hebt gedaan’, probeer ik de biecht op hun niveau uit te leggen. ‘Opruimen?’, fronst Berend, die daar een pesthekel aan heeft. ‘Kan Jezus dat zelf niet even doen? Hìj woont daar toch…?’
Joanne