Enkel buitenlanders mogen christen zijn in Marokko

Het jaar 2011 is onstuimig begonnen in verscheidene Noord-Afrikaanse landen en het Midden-Oosten. Sommige beleven een revolutie, maar ook in landen waar daar nog geen sprake van is, groeit de onrust. In de meeste van deze landen is het voor christenen zwaar. Ze worden vervolgd, onderdrukt en gediscrimineerd. De vraag is of daar verbetering in komt na de revolutie. Onrust en vervolging zijn er ook in Marokko. Een Vlaamse, werkzaam in het onderwijs, schreef een reportage over haar bezoek aan dit land.

Een jongeman vergezelt me naar de Notre-Dame de Lourdes in Casablanca, waar de kerstviering plaatsvindt. Net voor de kerk, een log onherkenbaar gebouw zonder toren, verdwijnt hij plots, zodat de politie voor de ingang hem niet ziet. Er staat ook een legervoertuig met soldaten. Agenten van de geheime dienst controleren de kerkgangers, een agent bekijkt mijn gezicht. Een duizendtal gelovigen stroomt toe: Afrikanen en Europese jonge gezinnen, enkel een buitenlander mag in Marokko christen zijn.

Het koor zingt uit volle borst en kinderen beelden kersttaferelen uit. Enkel de katholieke kerk, die zelfbedruipend is, bekommert zich om migranten en studenten uit West- en Centraal- Afrika die in Casablanca en Rabat aan de universiteit studeren.

In de kerk van Carmel Oasis, zwaait een Togolese studente de maat, zingend met haar kind op de arm. Een Ivoriaan die al meer dan tien jaar in de telecommunicatie werkt in Casablanca oppert dat in de grondwet staat dat een Marokkaan zich niet mag bekeren. De kerk betaalt voor bescherming: aan de ingang van de omheining waken drie politieagenten. In het bijhorend klooster met school, wonen vier Arabische zusters uit Libanon en Syrië. Ze verzorgen er onderwijs volgens Marokkaans leerplan: dus met uitsluitend islamitische godsdienst.

In het klooster Notre-Dame de Guadeloupe, verborgen achter een hoge muur, verblijven 28 Mexicaanse zusters. Zuster Irena zegt dat ze hier zijn om het goede voorbeeld voor te leven, niet om te prediken, dat is verboden. Ze kent een Marokkaan die het land moest verlaten omdat hij zich bekeerde tot het christendom, verstoten en vervolgd door familie en overheid. Ze vertelt hoe de politie wou weten wie een affiche met de aankondiging van een christelijke activiteit had verspreid en riep Vader abt op het matje. De affiche bleek afkomstig te zijn van protestanten.  De verantwoordelijke werd opgepakt en het land uitgezet. De klok luidt in het klooster, buiten luiden is verboden. Christenen houden zich gedeisd. Casablanca is nochtans de meest liberale stad van Marokko.

Dhimmi's

Na de onafhankelijkheid werden de vermolmde klokken in het torentje van Chapelle Anfa-Maârif het zwijgen opgelegd. Zuster Lucie, in jeansbroek, is al zestig jaar in Marokko. Ze verstaat Arabisch en zegt dat de zusters, die lessen organiseren voor Marokkaanse vrouwen, graag gezien zijn. Bovendien bezoeken ze christenen in de gevangenis, moslims mogen ze niet bezoeken. “Een moslim die zich openlijk bekeert kan een gevangenisstraf tot drie jaar krijgen”, verduidelijkt ze. Wat de politiemacht voor de kerstdienst betreft, legt ze uit dat men wil voorkomen dat christenen een revolutie zouden ontketenen, om hen te beschermen tegen aanvallen van radicale moslims en om te verhinderen dat Marokkanen de dienst bijwonen; in dit geval worden ze aangehouden en ondervraagd. De zuster zegt dat men geen grond of gebouw mag kopen voor een kerk (wat ook geldt in Turkije). Een Engelse vroedvrouw werd het land uitgezet omdat ze bijbelverhalen vertelde aan kinderen.  De parochiepriester heeft een namenlijst van Marokkanen die zich in het geheim bekeerden, een lijst waarmee hij uiterst voorzichtig is. “Geheime christenen kunnen hun geloof niet naar buiten tonen, want dan worden ze gearresteerd.”  In Casablanca, waar er minder sociale controle is, zijn er een honderdtal. Ze komen in het geheim bijeen in het huis van van kerklid.

Eglise du Christ-Roi is een bunker met plat dak binnen een omheining met een stalen poort. De dienst is in het Italiaans voor een schare verarmde Italianen en Spanjaarden die al hun hele leven in Casablanca  wonen. Een non verbergt haar kruishanger onder haar kledij voordat ze na de mis de straat opgaat. De priester verlaat het domein als een toerist met pet. Uiterlijke tekens van een andere religie worden in het openbaar niet geduld.  In het bijhorend rusthuis slijten Italianen en Spanjaarden hun oude dag in armoedige omstandigheden. De Marokkaanse verzorgsters worden betaald worden door de oudjes. Hun laatste rustplaats zullen ze vinden op het verwaarloosde christelijke kerkhof al-Hank.

Autochtone christenen in Noord-Afrika

Marokko was, tot de verovering door de islam, overwegend christelijk. Historische bewijzen van de vroeg-christelijke aanwezigheid zijn de Romeinse steden Volubilis, Tingis (Tanger), Lixus. Belangrijke christelijke leiders kwamen voort uit de de Noord-Afrikaanse Kerk, zoals de kerkvader Augustinus. Hij werd geboren in Algerije, als zoon van een Berbers raadsheer en een christelijke moeder. Hij was filosoof, theoloog en gaf les in Carthago. Van 396 tot 430 was hij bisschop. Hij predikte en schreef verhandelingen, brieven, bijbelcommentaren en theologische teksten. Thomas van Aquino en Calvijn zijn sterk beïnvloed door het werk  van Augustinus.

De Maghreb werd door de Arabische wereld gezien als een gebied van ongelovigen waar de islam te vuur en te zwaard moest verspreid worden. Sidi Okba ibn Nafi stond aan het hoofd van de Arabische strijdmacht die Noord-Afrika binnenviel om joden en christenen te bekeren. Bij zijn derde veldtocht in 684 viel hij Marokko binnen en dreef nabij Agadir zijn paard in de golven met een luide kreet: 'Ik zou altijd blijven strijden voor uw godsdienst en iedereen doden die u niet gelooft'. De Berbers boden echter weerstand en Nafi werd in Algerije gedood. Bij de tweede veroveringstocht onder de krijgsman, Moussa ibn Nasr, werden de Berbers werden verslagen. Idriss I  vestigde in 788 de eerste islamitische dynastie, de islamisering van de Amazighen kon beginnen.

Christenen en joden werden onderworpen aan de tweederangs dhimmistatus: ze moesten zware belastingen, 'jizya', betalen in ruil voor bescherming. Veel Berber-christenen bekeerden zich onder druk: in ruil voor bekering kregen ze posten in het leger en in de politiek, materiële voordelen en   belastingsverlaging of ze bezweken onder het juk van de discriminaties, belastingen en gedwongen bekeringen. Het autochtoon christendom in Noord-Afrika verdween in een eeuw tijd in de annalen van de geschiedenis. Tijdens het Frans protectoraat was er wel godsdienstvrijheid. Na de onafhankelijkheid in 1956 werden veel kerken gesloten, christenen verlieten het land. Het verbod op evangelisatie en de onderdrukking van religieuze minderheden herbegon.

Moslims moeten moslim blijven

De Marokkaanse grondwet, conform de islam, verbiedt Marokkanen om zich te bekeren tot een andere godsdienst en afvalligheid. Openlijk kiezen voor atheïsme is ook verboden, evenals kritiek op de islam. De Marokkaanse koning is zowel staatshoofd als aanvoerder van de gelovigen: 'Amir el Moumine'. Hij leidt de Hoge Raad van oelema's die het alleenrecht heeft om fatwa's uit te vaardigen. Twee jaar geleden richtte Marokko 'de Raad van oelema voor Marokkanen in Europa' op, die toeziet op het behoud van het islamitisch geloof en de Marokkaanse identiteit. Zij doen dit onder meer door het hanteren van een verplichte islamitische namenlijst. Heeft een kind geen islamitische naam, dan komt het niet in aanmerking voor de (dubbele) Marokkaanse nationaliteit.

Vervolgde christenen

Wetsartikel 220 van het Marokkaans strafrecht  bepaalt: 'Elke verhindering van één of meerdere personen in de uitvoering van hun geloofsovertuiging of van een bijeenkomst van moslims is strafbaar met drie tot zes maanden hechtenis en een boete van (omgerekend)  75 euro, dit geldt ook voor ieder die het geloof van een moslim aan het wankelen brengt of bekeert tot een andere religie.

 Gevolggevend aan dit wetsartikel voerde de politie, in opdracht van de minister van Justitie, een raid uit op een huis in Amizmiz, nabij Marrakech, waar Marokkanen een bijbelstudie hielden. Achttien mensen, waaronder kinderen van nog geen vier jaar, werden opgepakt en veertien uur lang ondervraagd.  De buitenlander, een Amerikaan, werd gedeporteerd. De autoriteiten namen de bijbels in beslag, boeken, laptops en een GSM. De ambassade van de VS bevestigde dat er een lijst is van nog veertig uit te zetten Amerikanen, wegens zendingswerk (Rabat zond afgelopen najaar wel 176 imams naar Europa om er te preken). Op 4 december vorig jaar deed de politie een inval in een huis in Oujda waar christenen waren samen gekomen. De buitenlanders en 12 Marokkanen  werden gearresteerd. In dezelfde maand werden in Rabat vijf christenen het land uitgezet: ze hadden bijbels en christelijke literatuur bij zich. Vorig jaar werd een Duitse toerist veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en een geldboete wegens het uitdelen van bijbels in de badplaats Agadir. Eerder belandde een Belg achter de tralies omdat hij een Marokkaan een bijbel had gegeven.

Geheime diensten sporen zendelingen op, die dan zonder vorm van proces het land worden uitgezet. Marokkanen die zich bekeren ondergaan een zware repressie van de overheid. Hun bijeenkomsten in huiskerken worden soms verstoord door de politie met uitgebreide huiszoekingen en arrestaties. Bij de ondervraging op politiebureaus ligt de nadruk op het bekomen van de namen van buitenlandse zendelingen. De hoofdredacteur van het dagblad 'al Massae', Rachid Niny, wees erop dat er nog 25 000 christenen in Marokko rondlopen, mochten die wel hun gang gaan? Kort daarop werden zeven Spanjaarden en een Duitser gedeporteerd, 'op heterdaad betrapt op bekeringsijver'. 

Oelema's steunen de uitwijzing van christenen

Tijdens een topberaad tussen de Europese Unie en Marokko in Granada op 7 maart bekritiseerde EU-president Herman Van Rompuy Marokko omwille van het gebrek aan godsdienstvrijheid. Cynisch genoeg vond op datzelfde moment aan de overkant van de straat van Gibraltar, in het hele land een gecoördineerde actie plaats van de Marokkaanse politie, waarbij tien christelijke buitenlanders zonder enige waarschuwing werden opgepakt en het land uitgezet. Een dag later ondergingen tientallen andere buitenlandse christenen hetzelfde lot, onder wie zes Nederlanders.

De uitgezette Nederlanders waren pleegouders van acht kinderen in het Village of Hopeproject, in  de Midden-Atlas. Ze kregen op acht maart het bevel om nog diezelfde avond te hun koffers te pakken. Toen de politie hen kwam oppakken schreeuwden de kinderen huilend om hun papa. Maar hij werd samen met medewerkers gedeporteerd. Veertig Amerikanen die ook betrokken zijn bij dit opvangtehuis (met 33 wezen of verstoten kinderen uit prostitutie en buitenechtelijke relaties) met christelijke pleegouders, maar toen niet in Marokko verbleven, mogen het land niet meer in. Dit is te wijten aan de heropleving van het islamitisch fundamentalisme en de nieuwe minister van Justitie, Mohamed Naciri, die de wet naar de letter laat uitvoeren.

In een verklaring op 10 april verleenden 7000 oelema's  hun steun aan koning Mohammed VI voor de uitwijzing van christenen 'beschuldigd van proselitisme', dat  ze beschouwen als een 'morele verkrachting' en een vorm van 'religieus terrorisme'. Khalid Naciri, minister van Communicatie waarschuwde dat men 'streng zal optreden tegen diegenen die bekeerlingen werven voor een andere godsdienst (proselitisme) '. Er volgde een nieuwe golf van uitzettingen. De Marokkaanse overheid heeft lijsten opgesteld van 'verdachte' personen. Na een verlofperiode komen zij het land niet meer in. Momenteel geldt dit voor diverse Nederlanders. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken en de Spaanse ambassadeur in Marokko tekenden protest aan, vergeefs.

Een ingekorte versie van deze reportage door M.W. stond in Inspiratie Magazine nummer 2 2011



Reacties

Ik zeg: "geen ene eurocent meer naar Marokko, totdat de vrijheid van godsdienst in de marokkaanse grondwet is opgenomen".
torsten pieper | 00:51 | 17-06-2011
1  


Reageren

Naam:

Bericht:


Code:

Poll
Een groot gezin is een bijbelse opdracht die we negeren. Gelovigen moeten grote gezinnen stichten.
Eens, die opdracht staat nog steeds. Gelovigen moeten zich niet laten beïnvloeden door wereldse opvattingen over het gezin.
Die opdracht gold voor het begin der tijden. Nu zijn er meer dan genoeg mensen op de wereld. Een klein gezin is ook goed.
Een groot gezin is in deze tijd asociaal. Gelovigen moeten voorop gaan in een bewuste omgang met de aarde!
Elk kind is altijd, ongeacht de grootte van het gezin, een zegen van God.


96 stemmen
Bekijk resultaten   |   archief
Twitter
volg ons nu ook op twitter

@InspiratieMag