Downsyndroom
Mijn jongste broer heeft het syndroom van Down. Toen hij klein was leerde hij net als andere kinderen fietsen. Nou ja, misschien deed hij er iets langer over om deze kunst onder de knie te krijgen, maar uiteindelijk kon hij het helemaal zelf. Hij was beretrots net als wij, zijn grote zussen, broer, vader en moeder.
Dat was het begin van veel spannende momenten. Wie met hem ging fietsen, hield zijn hart vast, want vaak keek hij met zijn typerend brede glimlach veel te lang opzij, naar zijn voeten of achterom in plaats van recht vooruit. Waarschuwen was gevaarlijk, want dan richtte hij zijn onverdeelde aandacht op jou in plaats van op het omringende verkeer…
Maar hij vond fietsen een prettige manier van voortbewegen en al gauw doorkruiste hij zelfstandig het hele dorp. Nog steeds vaak met zijn blik op oneindig, in plaats van recht vooruit. Voor de rest van ons gezin was dit een stevige les in loslaten.
Ik dacht wel eens dat mijn broertje niet één beschermengel had, maar een klein legertje, dat hem keer op keer veilig door het verkeer loodste. Anders is het niet te begrijpen dat hij in meer dan twintig jaar fietservaring slechts één keer door een botsing lelijk is gevallen, waaraan hij volgens mij nog geen schuld had ook.
Beschermengelen zijn er in de eerste plaats om ons dichter bij God te brengen en dat geloof ik ook. Maar dankzij mijn broers fietskwaliteiten weet ik zeker dat ze ook wel degelijk daadwerkelijk bescherming bieden.
Anna Kruse.