Christine: Tatosko
Na een vermoeiende dag lagen de kleintjes eerder op bed dan normaal. Daniël springt op dat soort avonden stiekem een klein gaatje in de lucht want al snel geurt dan de warme chocolademelk, wordt de deken tevoorschijn getrokken en zakken wij samen op de bank om eens lekker bij te kletsen.In een moederlijk moment zei ik dat ik hem zo lief vond en dat ik niet zou weten wat ik zonder hem moest. Een emotioneel-vrouwelijk-flap-uit-moment, dat moge duidelijk zijn. Maar Daniël reageerde, zoals het een echte man betaamt, heel nuchter: ‘Och mam, maar als ik er niet geweest was, zou je me ook niet missen want je zou niet weten hoe het zou zijn mét mij.’
Met een lach op mijn gezicht zuchtte ik. Wat een verbijsterend inzicht van zo’n kleine jongen. Hij vervolgde zijn verklaring. ‘Kijk. Neem nu Tatosko. Die verzin ik nu gewoon even. Die ken ik niet. Maar daarom mis ik hem ook niet want ik weet niet hoe het zou zijn als hij er wel is.’ Ik kon niet anders dan mij hierbij aansluiten. We namen een slok van onze chocomel en lieten de wijze woorden een moment bezinken.
‘Denk je dat het ook zo is bij God?’, vroeg Daniël mij ineens. ‘Zouden zoveel mensen niet geloven, omdat ze niet weten hoe het is als God er is? Dus missen ze Hem ook niet, als Hij er niet is?’ Ik dacht een moment na. Dat zou de reden wel eens kunnen zijn. ‘Tja. Zonde.’, zei Daniël. ‘Ik zou Tatosko ook wel willen kennen. Misschien kan hij wel heel goed voetballen.’ Ik lachte. ‘Misschien God ook wel?’
Christine.