Hoe voer je een goed geloofsgesprek met volwassenen en/of kinderen?
Hoe komen mensen tot geloof? Dat is een intrigerende vraag. Wie gelovige ouders heeft, wordt door hen op de weg van geloven gezet. Maar ieder jaar laten ook volwassenen zich opnemen in de Kerk. Mirjam Spruit-Borst schreef voor haar studie theologie een scriptie over dit onderwerp. Dr. Timothy P. Schilling verdiepte zich in het voeren van geloofsgesprekken. In dit artikel koppelen we hun gedachten. Dat levert inspiratie op voor een goed gesprek over geloof zowel met volwassenen als met kinderen.Mirjam Spruit- Borst: ‘Hoe komen mensen tot geloof? Dit is een vraag die mij altijd al heeft beziggehouden. In de huidige tijd zijn er in de westerse wereld steeds minder mensen die zichzelf ‘gelovig’ noemen. Het aantal christenen inclusief katholieken neemt af. Aan de andere kant groeit het aantal christenen inclusief katholieken in de niet-westerse wereld.
Van dichtbij had ik het voorrecht mee te maken dat een aantal mensen ‘tot (dieper) geloof kwam’. Fascinerend vond ik het om te zien hoe zij veranderden. De ontmoeting met Jezus Christus en het ervaren van een levende Kerk leidden tot een ommekeer in hun leven, met gevolgen voor de inrichting daarvan.
Toch heb ik me altijd afgevraagd: waarom ik en zij wél en zo veel andere mensen die ik ontmoet, en ontmoet heb, niet? Wat maakt dat mensen tot geloof komen en zich bekeren? Wat kan een mens daar zelf aan doen en wat is hierin het aandeel van God? En kan een andere mens hierbij helpen, en zo ja, hoe dan?
Ik werd getriggerd door de tekst Efeziërs 2,8-9, waar Paulus het geloof beschrijft als ‘een gave van God’. Als God het geloof schenkt, wat is dan nog de rol of bijdrage van mensen, vroeg ik me af.
Ik bestudeerde het commentaar op deze tekst van twee grote theologen uit onze kerkgeschiedenis, namelijk Thomas van Aquino (1225-1274) en John Henry Newman (1801-1889). Een theoloog uit de Middeleeuwen en een theoloog uit de periode net na de Verlichting.
Eén van de belangrijkste conclusies van mijn scriptie is dat je het aandeel van God en het aandeel van de mens bij het tot geloof komen van mensen niet zo precies kan scheiden. Bij dit proces werken God en mens juist op een wonderlijke manier samen! Ja: zonder de genade van God kan een mens niet geloven. Het geloof is een gave of geschenk. De Catechismus is daar duidelijk in: ‘Geloven is slechts mogelijk door de genade en innerlijke bijstand van de Heilige Geest’ (Catechismus van de Katholieke Kerk, 154). Aan de andere kant is er de menselijke vrijheid. Geloven is ook een daad van de mens. Als wij niet meewerken met onze vrijheid, kan de genade van God niet optimaal vrucht dragen. Zoals Jezus tegen Catharina van Siena zei: “Ik heb je geschapen zonder jou, maar zonder jou zal ik je niet redden.”
Hoe werkt dit dan? De mens moet door zijn vrije wil met de gave van het geloof instemmen. Hij moet het geschenk van het geloof willen ontvangen. Zijn verstand en wil komen in beweging om de gave van het geloof te kunnen ontvangen. En de wil komt slechts in beweging door de liefde. Zonder liefde kan een mens niet geloven, niet zijn of haar leven toevertrouwen aan een persoonlijke God. Zo is het in de relaties tussen mensen, en zo is het bij het geloof in God niet anders. En dit is een keuze die de mens elke dag moet maken, in de grote en kleine beslissingen van het leven. Niet voor niets is geloven een proces en betekent het elke dag ‘ja’ zeggen tegen de gave van het geloof.
Mij heeft dat wonderlijke samengaan van God en mens bij het tot geloof komen getroffen. Wat een geweldige God hebben we toch, die ons de gave van het geloof schenkt! En wat een enorm respect heeft Hij voor onze menselijke vrijheid! God wil niets liever dan de mens de gave van het geloof schenken, maar Hij laat het afhangen van het simpele ‘ja’ van de mens. In deze vrije keuze van de mens komt op bijzondere wijze zijn unieke waardigheid naar voren. God wil niet dat we als een robot geloven vanuit dwang, maar dat we uit liefde de vrije keus maken om ons aan Hem over te geven.
Wat kun jij doen?
Ten eerste: bid! Bid dat God de persoon die jij op het oog hebt de gave van het geloof wil schenken en dat deze persoon zich in vrijheid aan God mag toevertrouwen. En besef: God wil nog veel meer dan jij dat deze persoon Hem leert kennen! Ten tweede: probeer zelf te leven als iemand die uitstraalt dat het geloof in God vrede en vreugde geeft. Vertel wat God in jouw leven heeft gedaan en geef indien nodig uitleg over het geloof. De heilige Johannes Chrysostomus (349-407) schreef ooit: “Er zou geen heiden overblijven als wij echte christenen zouden zijn.” Deze laatste opmerking neem ik ook zelf ter harte!’
Geloofsgesprek met hulp van Ikea
Dr. Timothy Schilling: “Enkele jaren geleden ging ik op bezoek bij mijn grootmoeder in Amerika. Ik werd van het vliegveld werd ik opgehaald door Grandma en tante Mary en daarvandaan gingen we door naar een restaurant. Ik had best trek en sloeg de menukaart open. Maar voordat ik kon kijken zei mijn tante: “Zullen we hem vertellen wat hij deze week te eten krijgt? Dan kan hij beter kiezen.” Toen noemde mijn oma alle gerechten die mij te wachten stonden in de komende zeven dagen. Achteraf moest ik erom lachen. Met de beste bedoelingen was de zelfbepaling, de zo gekoesterde volwassen autonomie, helemaal weg – behalve dan voor die ene maaltijd.”
Zo, stel ik me voor, moet het niet gaan met een geloofsgesprek. Want een geloofsgesprek hoort een echt gesprek te zijn, een authentieke uitwisseling met ruimte voor de inbreng van alle partijen – ook onverwachte en ongewenste inbreng. Als je aankomt met een kant en klare boodschap die overgenomen moet worden door je gesprekspartner, dan ben je gedoemd tot frustratie, vrees ik. Want, zoals een parochiaan een keer als tip tegen mij zei: “Mensen pikken dat niet!”
Maar wat werkt dan wel? Hoe breng je geloof ter sprake met een kind, zonder dat het geforceerd overkomt of aversie opwekt? Met jonge kinderen is dat gelukkig niet zo moeilijk. Wat je ook zegt, een kind van vier vindt het meestal prima. Maar hoe ouder ze worden, hoe meer het denken van kinderen wordt bepaald door de eigen levenservaring en waarneming en door de opinie van anderen buiten het gezin. Het is met praten over geloof bijna hetzelfde als met grapjes maken. De grapjas-vader ziet een ontwikkeling in hoe zijn grapjes ontvangen worden. De kleuter snapt weinig, maar neemt alles over met plezier en eerbied; de ster van de F-jes begint te twijfelen aan paps wijsheid, maar waardeert de oprechte poging tot humor; en de puberdochter, hoe lief ze papa ook vindt, kan alleen maar scheel kijken en moet erg veel geduld opbrengen wanneer hij grapjes durft te maken in de aanwezigheid van haar vriendinnen.
Om deze reden leg ik bij ouders in gesprekken over geloofsopvoeding veel nadruk op het eigen geloof. Mensen zijn vaak op zoek naar nieuw materiaal en de beste methode om het geloof te communiceren. Maar hoe graag ik ook boeken, filmpjes en spelletjes laat zien, uiteindelijk is er geen beste manier om geloof te delen met een kind, want elk gezin is anders. Sommige gezinnen hebben veel gelovigen om zich heen, sommige niet. Sommige gezinnen horen bij een levendige geloofsgemeenschap, sommige niet. Er zijn ook talloze verschillen binnen de gezinnen. Verschillen in grootte, dynamiek, geloofsbeleving, noem maar op. Dus het beste wat je als gelovige ouder kunt doen, is investeren in je eigen relatie met God. Dan weet je niet alleen beter wie God is, je bent ook beter voorbereid wanneer gelegenheden voor geloofsgesprekken zich voordoen. Dan ben je beter in staat iets te vertellen over wat de bijbel over een bepaald onderwerp te zeggen heeft of over wat je eigen geloof of relatie met God je geleerd heeft.
En wat zijn de kenmerken van een goed geloofsgesprek? Zonder het concept te veel in te willen perken, denk ik dat er drie kenmerken zijn. Het eerste is de impliciete of expliciete verwijzing naar een authentieke levensvraag. Het gesprek gaat niet zomaar ergens over, maar om iets dat van belang is: de relatie, een keuze, de zin van het leven, plezier in het leven… Dat betekent niet meteen dat het een ernstig gesprek moet zijn. Veel van de beste geloofsgesprekken zijn licht van toon, speels en zelfs komisch.
Het tweede kenmerk is dat liefde de gesprekswijze bepaalt. God is liefde en voor christenen is liefde hun manier van doen. Het derde kenmerk is een openheid voor de inbreng van de Heilige Geest. Hoe maken we ruimte voor de Geest? Door Hem aan te roepen, hardop of in stilte. Door een houding van geduld en aandacht aan te nemen tegenover de ander. En door nederig bereid te zijn onze eigen prioriteiten te laten varen in het gesprek.
Zo had ik niet zo lang geleden een goed geloofsgesprek met mijn dochter. De gelegenheid deed zich onverwachts voor. We zetten een Ikeakast in elkaar die we gekocht hadden voor haar kamer. Wat een heerlijke rust was dat: samen kijken naar die pictogrammen, rustig die schroeven draaien. Een perfect moment om het over het geloof te hebben, dacht ik toen. Maar ik heb het niet gedaan. De Geest was al aan het woord!’
Mirjam Spruit-Borst werkt voor de afdeling Catechese van het bisdom Haarlem-Amsterdam en schreef haar scriptie voor haar studie aan de Faculteit Katholieke Theologie te Utrecht.
Dr. Timothy Schilling is medewerker van het Centrum voor Parochiespiritualiteit te Nijmegen. Hij is auteur van De blijde boodschap. Een gids voor verkondiging (2009), Zingen en geloven (2007) en Kind en Eucharistie (2006). Dit artikel is eerder verschenen op www.geloventhuis.nl