Joanne: Niet geloven, wel bidden.
‘Jullie zijn helemaal niet ouderwets of zo’, klinkt het opgewekt. ‘Ik dacht dat katholieken hele stijve mensen zouden zijn.’ Onze bezoeker van vijftien moet zijn vooroordelen bijstellen. Hij is de oudste van een moeder, wier jongste bij onze Marieke in de klas zit. De jongste is van de zogeheten tweede leg, hij uit een eerdere relatie, maar toegewijd aan zijn kleine halfzusje van vier. Hij haalt haar soms op als ze bij ons heeft gespeeld.Op een keer stelde Bart hem wat vragen over gamen via internet. Daar wist hij alles van en hij popelde om zijn kennis te demonstreren. Sindsdien hebben we leuk contact. Het is een spontaan joch met het hart op de tong. ‘Jullie zijn toch echt geen domme mensen? Hoe kan het dan dat jullie geloven in God? Moest dat van jullie ouders?’ Zijn blik is onbevangen. Hij is er niet op uit om te kwetsen, hij wil het gewoon weten en gaat uit van wat hij over geloven heeft gehoord.
Bart lacht. Hij vertelt dat zijn ouders er juist moeite mee hadden toen hij theologie ging studeren en dat ze hem veel liever het bedrijfsleven in hadden zien gaan. ‘Maar als God je roept, dan wil je gaan’. ‘Hoe riep God je dan?’ wil de jongen weten. ‘Toen ik de Bijbel van a tot z ging lezen, was het net alsof het steeds over mij ging’ zegt Bart. ‘Ik wist van binnen gewoon heel zeker dat ik iets moest doen voor God. Daarom ben ik dit werk gaan doen.’
‘En jij’, vraagt Bart nu, ‘geloof jij helemaal niet in God?’ ‘Nou, nee’, maar hij zegt het aarzelend. ‘Gek genoeg bid ik soms wel. Op een keer wist ik helemaal niet wat ik moest doen, en toen bad ik ‘help me, help me toch’ en daarna wist ik het wel.’ Hij grijnst. ‘Moet ik misschien toch vaker proberen.’ ‘Moet je zeker doen’, zegt Bart. Probeer het gewoon uit. Je kunt best tegen God zeggen: ‘als u bestaat, bewijs het dan maar.’ Onze gast kijkt alsof hij denkt dat Bart hem in de maling neemt, maar ziet dat het niet zo is. ‘Doe ik misschien wel’, zegt hij dan.
Ik bid in ieder geval voor hem. ‘God, laat hem zien dat u er voor hem bent.’
Joanne.