Christine: Dag ballon. Groeten aan God!
Feest! De wijk heeft een nieuw bloemenperkje! Alles werd uit de kast getrokken om het heugelijke feit te vieren. En een ballonnenwedstrijd mag niet aan de pret ontbreken.Je schrijft je adres op een kaartje, bindt hem aan de ballon, laat de ballon los en dan is het wachten tot je kaartje wordt gevonden en teruggestuurd. Het liefst natuurlijk met een Franse postzegel, een Spaanse of een Italiaanse. Want als jouw ballon zo ver is gekomen, heb je grote kans de hoofdprijs binnen te slepen: een auto. Maar ook de lagere prijzen waren genoeg om onze ballon kusjes, aaitjes en kruisjes te geven. Op hoop van zegen.
Wij bonden de kaartjes stevig vast aan onze ballon en op drie lieten wij hem, net als de kinderen om ons heen, los. De ballonnen vlogen alle kanten op. Onze ballon vloog echter recht omhoog. Tussen alle ballonnen door. Recht op zijn doel af.
‘Het lijkt wel of hij naar de hemel vliegt’, zei Daniël. ‘Dat zou stoer zijn. Als God hem terugstuurt, win ik zeker!’ Ik moest lachen. ‘Maar in de hemel hebben ze vast nog nooit een ballon gezien, dus waarschijnlijk zullen ze hem daar houden.’ ‘Ja. Dat denk ik ook.’, antwoordde ik hem.
We bleven naar de ballon kijken tot hij zo hoog was, dat we hem niet meer konden zien. Elène zwaaide hem nog een keer na. ‘Dag ballon!’, riep ze. ‘Groeten aan God!’, riep Daniël daarna.
We hebben, ondanks de stevige knoop, nooit een kaartje terug gehad. Dus als u ooit in de hemel komt en u ziet een rode ballon: Stuurt u dan het kaartje terug?
Christine.