Weinig aandacht voor noodsituatie Albanië12-2-2010
De laatste weken is er enorm veel regen gevallen in Albanië. Als wij naar Shkoder rijden, zien we de rivier steeds hoger stijgen. Als we bij de laatste driesprong aankomen, staat de brug naar Shkoder al onder water. ‘We moeten razendsnel zijn’, zegt Dick, want anders komen we Shkoder niet eens meer uit. Als we Edjon, de zoon van de burgemeester, ontmoeten in Shkoder, belt net zijn vader met de vraag hoeveel mensen we kunnen plaatsen in het Missiehuis. ‘Is het al zover?’, vragen wij. Heel Mali Jusit, onze broodwijk en tevens het armste gebied van de gemeente, staat onder water en het water blijft stijgen. Tijdens de terugrit naar Barbullush beleven we angstige momenten op de kruising en de brug. Overal kolkend water en de bus drijft even. Heel eng. Inmiddels zien we overal militaire voertuigen en helikopters aankomen die hulp bieden. Duizenden mensen worden geëvacueerd. Als het water ook bij ons de bus binnenkomt, is het slikken en rustig blijven. We komen veilig aan de overkant maar de hoofdweg naar Shkoder wordt na ons angstige avontuur geheel afgesloten.
Diezelfde middag komen de eerste mensen bij ons aan. Oude mensen, nat en op blote voeten! In de kapel kussen ze het tabernakel en Maria, uit dank dat ze gered zijn. Ook bij ons lopen de rillingen over ons lijf. Wat gebeurt hier allemaal? Een gehandicapt meisje dat samen met haar moeder naar ons wordt geëvacueerd huilt tranen met tuiten en schreeuwt het uit. ’ Is het hier wel veilig?’, roept ze. Wij wonen een aantal meter hoger, waar het water niet kan komen. De gemeente en militairen brengen extra bedden. Wij koken, Jane en Anne vangen de mensen op en Joshua helpt met het plaatsen van de bedden. Met de burgemeester maken we een noodplan na het bezichtigen van het dorp Mali Jusit. Het lijkt wel oorlog. Overal militairen en arme mensen die huilend hun dieren opdrijven naar hoger gelegen plaatsen. We zien dieren verdrinken, honden en kalfjes vastgebonden aan elektriciteitspalen. Er zijn geen woorden voor. We bakken extra broden en doen wat we kunnen om die bij de mensen te brengen.
In het Nederlandse nieuws horen we niet veel over onze situatie. Dan wordt Haïti getroffen door een zware natuurramp en wordt het nog moeilijker aandacht te vragen voor het arme Noord-Albanië. Uit Nederland krijgen we wel veel hartverwarmende reacties van onze trouwe achterban, en dat geeft moed en kracht om door te gaan. Ons spreekwoord van het eerste uur klinkt als een psalm in ons hoofd: ‘Wees niet bevreesd om iets goeds te doen, God wil altijd mensen sturen om te helpen.’
Hélène Wesselingh
|