Met Inspiratie heb je tijd voor ...

Bidden, daar neem je de tijd voor

pr. Jeroen Smith Door pr. Jeroen Smith op 21 augustus 2017
Foto: Ben White

 

‘Een lege maag bidt niet graag.’ We kennen heel wat uitdrukkingen met bidden erin. ‘Nood leert bidden.’ ‘Onze lieve Heer van het kruis bidden.’ ‘Eelt op je knieën bidden’. Veel mensen hebben veel gebeden. Veel mensen bidden nog steeds veel. We vragen, we smeken, we kloppen aan. Maar nemen we bij dat alles ook wel de tijd om even bij God te zijn en naar Zijn aanwezigheid te luisteren?

In de Evangeliën komen we een aantal zinnetjes tegen, waarin heel kort beschreven staat hoe Jezus bad. We zouden er bijna over heen lezen. Bijvoorbeeld: ‘Op een van die dagen trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden.’ (Lucas 6,12) Dit komen we meer in Zijn leven tegen. Hij wil alleen zijn, op een afgelegen plek en Hij bidt altijd langere tijd. Jezus heeft geen inleiding gehouden over het stil gebed, het biddend Bijbellezen of met een wat moeilijker woord, het contemplatief bidden. Dat heeft Hij aan de heilige Geest en de Kerk overgelaten. Maar in zijn eigen bidden geeft Hij wel de richting aan.

Allereerst zien we dat Hij de stap zet om te gaan bidden. Soms lijkt het voort te komen uit de drukte van die dag. Op andere momenten is er geen uiterlijke aanleiding voor te vinden. Jezus gaat bidden, Hij neemt er de tijd voor. We weten zelf dat hier voor ons meestal een drempel ligt. Als we eenmaal aan het bidden zijn, gaat het wel. Maar de stap om tijd vrij te maken en te gaan bidden is vaak niet zo vanzelfsprekend. We moeten er echt de tijd voor némen. We maken een afspraak met de Heer en met onszelf. Een afspraak die we niet snel afzeggen.

Jezus nam de tijd om te bidden. Zelfs een behoorlijke tijd. Niet eventjes een paar gebedjes opzeggen, wat Psalmen of zoiets. Nee, een nacht, uren, een langere tijd. Zo’n tijd voor gebed verkrijgt wonderen. Het hoeven voor ons geen nachten of uren te zijn. Eén uur bidden, en dat regelmatig, is al heel wat. Daar komen veranderingen uit voort. Niet omdat het een soort techniek of een spirituele therapie is. Dat alles is wezensvreemd aan de levende relatie met de Heer. Nee, Hij kan vanwege dat uurtje ons en hele situaties veranderen. Wij van onze kant leren ons meer open te stellen voor Hem, omdat we in zo’n gebedsuur onze grenzen en beperkingen tegenkomen.

Het blijft altijd bijzonder te lezen hoe Jezus bad. ‘Tot God’, staat er in het Evangelie. Natuurlijk is hier God de Vader bedoeld. We mogen zeggen: God bidt tot God, de mensgeworden Zoon bidt tot de Vader. Het is een afspiegeling in Jezus’ leven van de eeuwige tijdloze liefdesdialoog tussen Vader en Zoon in de Heilige Geest. ‘Eens was Jezus ergens aan het bidden…’ (Lucas 11,1) ‘Ergens’. In de oorspronkelijke Griekse tekst staat ‘op een of andere plaats’. Waar was dat dan? Waarom staat het niet preciezer aangegeven?

Er is een plaats belangrijker dan een plek ergens op de landkaart. Wat is die plaats? Jezus geeft het antwoord. De leerlingen zien Hem bidden en vragen: ‘Heer, leer ons bidden’ en Hij zegt: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: Vader…’ (Lucas 11,4). De plaats van Zijn gebed is de Vader, is het hart van de Vader. Wie dat eenmaal ontdekt heeft, zal maar al te graag samen met Jezus zich terugtrekken om te bidden en de klok even de klok laten. ‘Henk, stop je met bidden en kom je eten, want een lege maag bidt niet graag!’ ‘Huh, is het al zo laat. Vooruit dan maar.’ Een hart vol vuur bidt zo een uur!