Astrid Broeders: 'Geven vind ik zoveel makkelijker dan ontvangen'

Astrid Broeders is een vrouw die zichzelf nooit op de voorgrond zet. Al jaren zet zij zich met hart en ziel in voor Kerk en medemens. Ze werkt in een hospice, waar ze zorgt voor terminaal zieken. Ze leidt een kinderkoor en rijdt met liefde mensen met een beperking naar de kerk. Daarnaast is ze als ‘soeur consacrée’ van de gemeenschap Emmanuel geroepen tot het toegewijde leven. Een inspirerende vrouw, vol optimisme en vreugde in het geloof. De familie Stolwijk uit Arnhem wil haar daarom graag voordragen voor de Inspiratie Trofee: ´Het is een engel voor een engel´.

Op de foto een van de kinderdirigenten die Astrid heeft opgeleid.



Astrid Broeders. Te herkennen aan de blauwe rok, witte bovenkleding en een houten kruisje, maar bovenal misschien wel aan de grote glimlach en de vreugde die ze uitstraalt. Vreugde in het geloof. Vreugde in het leven.
Astrid komt uit een traditioneel gelovig gezin. Als meisje ging ze altijd braaf mee naar de kerk en bad ze haar standaard gebeden. Op haar zeventiende begon ze zichzelf vragen te stellen: ‘Geloof ik alles wel?’ ‘Ik doorliep onbewust het credo; ‘Geloof ik in God?’ ‘Geloof ik dat Hij de Schepper is? Enzovoort.’
‘Toen ik na een tijd moest concluderen dat het antwoord op al deze vragen ‘Ja!’ was, schrok ik daarvan. Want als Jezus leeft, dan wilde ik Hem leren kennen. Dan wilde ik daar wat mee doen!’
Ze ging met haar ouders mee naar een gebedsgroep en leerde steeds meer over Jezus en het geloof. Later ging ze werken en wonen in een huis van de Stichting Getuigenis van Gods Liefde,  met een eigen kapel waar de geconsacreerde hostie aanwezig was. Daar bouwde ze een onverwoestbare band op met God. Ze bad tot Hem en zei alles voor Hem over te hebben. Alles, behalve…

Een ding mocht God niet van haar vragen en dat was het toegewijde leven. Astrid wilde trouwen en kinderen krijgen, haar hartenwens. Maar toen ze op een ochtend in augustus 1985 wakker werd, wist ze dat ze toch tot het toegewijde leven geroepen werd. ‘Ik zei: God, ik weet dat ik ‘Ja’ ga zeggen, maar dan moet U wel twee dingen doen. Ten eerste mijn verlangen naar het huwelijk wegnemen en ten tweede die vreugde geven, waarvan ik zeker weet dat ik die in het huwelijk zou hebben gevonden.’ God gaf beiden. Hij bracht haar op de weg van de gemeenschap Emmanuel en zo werd Astrid de eerste soeur consacrée in Nederland. Ze draagt het blauw-wit met grote dankbaarheid. ‘Mensen reageren nieuwsgierig op mijn kleding. De behoefte aan spiritualiteit is groot. Men is niet veroordelend, vaak juist open.’
Als verpleegkundige gaat Astrid werken op de afdeling oncologie. Ze vindt de begeleiding van patiënten daar, in een moeilijke en soms terminale fase van hun leven, heel dankbaar werk. Zonder het geloof aan hen op te dringen, heeft ze wel haar voelsprieten uitstaan. ‘Doet iemand de deur op een kiertje, piep ik er wel even in. Maar ik ga het mensen niet opdringen.’
Nu werkt ze al acht jaar in een hospice, een huis waar terminale patiënten hun laatste verzorging krijgen in huiselijke sfeer.  ‘Een hospice is loslaten. Mensen moeten alles loslaten, op het laatst zelfs hun leven. Ze zijn kwetsbaar, maar bovenal heel puur. Ik ontvang veel van de mensen. Het is mooi getuige te zijn als ze in rust kunnen sterven.’ Verzoening met familie, medemens en eventuele onopgeloste kwesties zijn daar een belangrijk onderdeel van. Heel het team zet zich hiervoor in, zodat mensen ook daadwerkelijk in rust kunnen gaan.

Kinderdirigenten
Naast haar werk leidt Astrid ook het kinderkoor van de Maria Geboorteparochie in Nijmegen. ‘In het begin was er weinig liturgische muziek voor de kinderen, dus ben ik dit zelf gaan schrijven. Maar wel zo dat ook de volwassenen er wat aan hebben. We zijn in vier jaar van vijf naar twintig kinderen gegroeid.’ Zoveel kinderen betekent een hoop aandacht die verdeeld moet worden. Astrid begon daarom een kinderdirigentencursusje. Inmiddels zijn er vier kinderen dirigent en beginnen ze bijna aan de vervolgcursus. ‘Zo betrek je de kinderen bij de liturgie. Ze dirigeren zelfs ‘het volk’ tijdens de H.Mis. Ze gaan zo hard vooruit. Ik ben echt trots op ze! Zij zijn de toekomst van onze Kerk.’
Zelf zingt Astrid ook prachtig. Lang geleden zong ze een bandje in voor haar ouders en oma. Maar haar publiek werd groter dan ze ooit had gedacht. Het bandje werd gekopieerd en eindeloos gedraaid door velen. Er kwamen veel getuigenissen naar aanleiding van het bandje, van terminaal zieken en depressieve mensen die zich gesteund voelden door de muziek. ‘Maar het was niet mijn muziek. Achter ieder lied zat een persoonlijk verhaal, een moment. Het was God die mij het liet zingen.’
Aan het eind van het gesprek zegt Astrid dat ontvangen niet haar sterkste kant is: ‘Geven is zoveel makkelijker dan ontvangen’, klinkt het lachend. En dat is precies de reden waarom de Inspiratie Trofee bij haar op de goede plek is. 


Door: Christine Klosse



Bekijk andere artikelen



Reacties

er zijn nog geen reacties

Reageren

Naam:

Bericht:


Code:

Poll
Verslaafden en hun gezinnen zijn bij het pastoraat van de Kerk toch echt aan het verkeerde adres.
Klopt, deze problematiek gaat kunde en kennis van priesters en andere pastorale hulpverleners ver te boven.
Professionals (op het gebied van verslaving) en pastoraat moeten samenwerken op dit terrein.
Er zijn veel getuigenissen van ex-verslaafden die dankzij het geloof hun verslaving overwonnen, daar moet het pastoraat op inspringen.
De Kerk zou zich in ieder geval moeten ontfermen over de gezinnen van de verslaafde hulpvragers.


16 stemmen
Bekijk resultaten   |   archief
Twitter
volg ons nu ook op twitter

@InspiratieMag